Op papier lijkt haar inkomen toereikend, maar in de praktijk zakt het structureel onder het sociaal minimum. Het gaat om een mevrouw in een middelgrote Nederlandse gemeente, die leeft van een WIA-uitkering en daarnaast een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt uit een ander Europees land waar zij eerder heeft gewerkt. Door de samenloop van regels komt haar besteedbaar inkomen feitelijk onder het bijstandsniveau uit. Deze casus laat zien hoe dit kon gebeuren en hoe PMM, samen met betrokken partijen, bijdraagt aan een oplossing.
In 2025 wordt de situatie van de vrouw nog nijpender. Voor het eerst legt de Belastingdienst een voorlopige aanslag op, gebaseerd op eerdere aangiftes. Daardoor wordt de belasting over haar buitenlandse uitkering niet langer alleen achteraf, maar ook gedurende het jaar geïnd. Het gevolg is dat zij structureel wordt geconfronteerd met forse belastingaanslagen, waardoor haar netto inkomen gedurende het jaar onder het bijstandsniveau uitkomt.
Een ingewikkelde samenloop van regels
Wat mevrouw daarbij hoog zit, is dat deze situatie haar is overkomen zonder dat zij daar invloed op had. In deze situatie moest het UWV onderzoeken of zij ook aanspraak had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit een ander Europees land. Mevrouw had hierin geen keuze. De gevolgen op financieel en fiscaal vlak bleken echter aanzienlijk en voor haar niet te overzien. Die financiële impact werd voor haar pas duidelijk bij de eerste belastingaanslag. Daarna is zij jarenlang bezig geweest haar financiën op orde te krijgen en blijft het voor haar onbegrijpelijk hoe zij hierin verstrikt is geraakt. De gevolgen daarvan werken nog altijd door in haar financiële situatie.
Sociaal raadsvrouw vraagt PMM om hulp
De voortdurende onzekerheid over haar inkomen zorgt voor veel stress en onrust. De vrouw wil weten waar ze aan toe is, maar raakt verstrikt in de samenloop van regels, instanties en momenten van belastingheffing. Een sociaal raadsvrouw in de woonplaats van de vrouw ziet hoe haar cliënt steeds verder in de knel komt. De regels worden correct toegepast, maar de uitkomst staat haaks op het doel ervan: bestaanszekerheid. Zij klopt met deze casus aan bij het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek van PMM. De centrale vraag: hoe kunnen we binnen de bestaande wettelijke kaders toch zorgen voor voldoende en stabiel inkomen?
Ongelukkige combinatie van regelingen
De kern van het probleem zit niet in één regeling, maar in de combinatie ervan. De buitenlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt in Nederland belast, waardoor mevrouw jaarlijks inkomstenbelasting en premie Zorgverzekeringswet moet betalen. Tegelijkertijd telt deze uitkering mee als inkomen bij de beoordeling van haar recht op bijstand door de sociale dienst. De belasting wordt (deels) achteraf of via een voorlopige aanslag geïnd, terwijl het bestaansminimum maandelijks wordt beoordeeld. Daardoor ontstaat een situatie waarin mevrouw volgens de regels te veel ontvangt voor bijstand, maar in werkelijkheid te weinig overhoudt om van te leven.
Op gemeentelijk niveau is al gezocht naar oplossingen. Er is contact geweest met het Stella-team van de Belastingdienst en met de betrokken uitkeringsinstanties. Toch blijft het probleem bestaan: bijzondere bijstand voor belastingaanslagen is in beginsel niet mogelijk en de wet voorziet niet vanzelfsprekend in deze specifieke combinatie van inkomsten.
Samen zoeken naar een oplossing
Op zoek naar een oplossing brengt PMM allereerst de betrokken partijen bij elkaar: de Belastingdienst, de sociale dienst van de gemeente en de sociaal raadsvrouw. Onder regie van PMM gaan zij samen aan de slag om te kijken hoe de bestaande regels zo kunnen worden toegepast dat mevrouw niet onder het bestaansminimum zakt. De centrale vraag is: hoe zorgen we ervoor dat mevrouw maandelijks voldoende inkomen heeft?
Die oplossing wordt gevonden door de bijstandsregels praktisch toe te passen. Mevrouw vraagt bijstand aan vanaf 1 januari 2025. Bij de beoordeling van haar inkomen worden zowel haar WIA-uitkering als haar buitenlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering meegenomen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorlopige belastingaanslag. Omdat zij na aftrek van belasting maandelijks onder de bijstandsnorm uitkomt, heeft zij recht op aanvullende bijstand. De sociale dienst kent de uitkering met terugwerkende kracht toe. Dit is maatwerk.
Afspraken die rust brengen
Daarnaast maken de betrokken partijen duidelijke afspraken om nieuwe problemen te voorkomen. De voorlopige aanslag wordt aangepast en het uitstel van betaling blijft van kracht. Een eventuele nabetaling van de bijstand kan (deels) worden gebruikt om belasting te voldoen. Ook spreken de partijen af hoe in de komende jaren wordt omgegaan met de belastingaangifte en mogelijke nabetalingen of herzieningen. Zo ontstaat rust en overzicht voor mevrouw.
Dankzij deze aanpak beschikt mevrouw weer over een stabiel inkomen op het sociaal minimum. Zij weet waar zij aan toe is en hoeft niet langer bang te zijn dat belastingaanslagen haar bestaanszekerheid onder druk zetten. De betrokken professionals hebben gezamenlijk verantwoordelijkheid genomen en hun handelen op elkaar afgestemd, met oog voor zowel de wettelijke kaders als de menselijke maat.
Wat deze casus ons leert
Naast het oplossen van vastgelopen casuïstiek, wil PMM leren van individuele casussen en de inzichten daaruit delen. Deze casus laat zien hoe complex de samenloop van buitenlandse uitkeringen, belastingheffing en bijstand in de praktijk kan zijn. Wat deze casus zichtbaar maakt:
- instanties handelen ieder vanuit een eigen wettelijk kader en beoordelen slechts een deel van de situatie;
- belastingheffing en inkomensbeoordeling lopen langs verschillende momenten en systemen;
- een inkomen dat op papier toereikend lijkt, kan in de praktijk onder het sociaal minimum uitkomen;
- zonder ondersteuning en afstemming tussen de verschillende betrokken organisaties is deze samenloop voor inwoners nauwelijks te overzien.
De casus laat zien hoe belangrijk samenwerking tussen instanties is. Dat vraagt om samen naar het geheel te kijken en tijdig af te stemmen. Niet pas ingrijpen als iemand al onder het bestaansminimum is beland, maar eerder met elkaar zoeken naar een oplossing die binnen de wet past én aansluit bij het doel ervan. Daarbij is het niet genoeg om alleen te controleren of regels correct worden toegepast. Minstens zo belangrijk is de vraag of die regels in de praktijk ook doen wat ze moeten doen: zorgen voor bestaanszekerheid.