Soms krijg je als professional een vraagstuk waarvan je denkt: dit kan toch niet waar zijn? Dat overkwam maatschappelijk werker Linda Dijkman van het sociaal team van de gemeente Midden-Groningen. Zij werd benaderd over een man die volgens alle officiële registraties overleden was, terwijl hij gewoon levend en wel thuis op de bank zat. Wat volgde was een maandenlange zoektocht door systemen en procedures, die haar liet zien hoe belangrijk het is om door te zetten en verder te kijken dan wat een dossier of systeem je vertelt.

“Toen ik het verhaal hoorde, dacht ik eerst: dit moet een misverstand zijn. Misschien gaat het om iemand anders. Maar al snel bleek dat de melding klopte”, vertelt Linda. Wat begon als een opmerkelijk signaal, groeide uit tot een ingewikkelde administratieve en juridische puzzel. Een situatie waarin niemand precies wist waar te beginnen en waarin één vraag centraal stond: hoe bewijs je dat iemand leeft als het systeem ervan overtuigd is dat hij dood is?

‘Volgens het systeem kon dit niet’

De zaak kwam aan het rollen dankzij een oplettende bank. Daar ontstonden twijfels over een overlijdensmelding, omdat er recent nog contact was geweest met de man die volgens de administratie overleden zou zijn. De politie werd ingeschakeld om de situatie te controleren. Agenten gingen langs en troffen hem levend aan. De wijkagent belde vervolgens Linda. “Ze zei meteen: dit is echt een zaak voor jou. En dat klopt, want ik houd wel van een uitdaging.”

Linda ging zelf bij de man langs. “Het was zo’n bizarre situatie dat ik eerst zijn verhaal wilde horen. Ik wilde begrijpen wat er precies gebeurd was.” Daarna nam ze contact op met de gemeente. Het antwoord dat ze kreeg, maakte meteen duidelijk hoe ingewikkeld de situatie was. “Volgens het systeem klopte alles. De boodschap was eigenlijk: deze man is overleden. Dus wat jij zegt, kan niet.” Dat wakkerde haar vuurtje alleen maar verder aan. “Ik dacht alleen maar: dit kan toch niet de bedoeling zijn? We hebben hier een levende man voor ons. Dan moet er toch een manier zijn om dit recht te zetten?”

Ineens besta je niet meer

De man, rond de zeventig jaar oud, bleek eind 2024 als overleden geregistreerd te staan. In de administraties stond hij met terugwerkende kracht aangemerkt als overleden per 1 mei 2010. Daardoor waren allerlei registraties aangepast en voorzieningen weggevallen. Bovendien waren dossiers uit die periode inmiddels vernietigd, wat het herstel van de situatie bemoeilijkte. Zijn bsn stond als overleden geregistreerd, hij had geen geldig identiteitsbewijs meer en was zelfs bij de huisarts uitgeschreven. “Je bent ineens nergens meer iemand,” vertelt Linda. “Je kunt niets regelen, nergens terecht en officieel besta je niet meer.”

De oorsprong van de situatie lag jaren eerder. Na een moeilijke relatiebreuk leefde de man bewust teruggetrokken met een nieuwe partner. Zonder dat hij het wist, had zijn ex-partner de rechtbank verzocht hem als vermist te verklaren. Als hij hiervan op de hoogte was geweest, had hij zich bij de rechtbank gemeld. In december 2024 stelde de rechtbank zijn vermissing vast. Dat heeft dezelfde juridische gevolgen als een overlijden en er wordt dan een akte van overlijden opgemaakt. Pas later werd duidelijk dat het verzoek van zijn ex-partner afkomstig was.

Begin april 2025 kwam via een wijkagent aan het licht dat hij nog in leven was. De periode waarin hij daadwerkelijk als overleden geregistreerd stond, was daarmee relatief kort. Toch had de situatie impact. “Het idee dat je volgens de systemen dood bent, doet echt iets met iemand. Dat had ik me nooit zo gerealiseerd. Hij kon er moeilijk woorden aan geven, maar je merkte dat het hem raakte. Het gevoel dat je eigenlijk niets meer bent.”

Vastgelopen in procedures

Al snel ontdekte Linda dat het corrigeren van de ontstane situatie veel ingewikkelder was dan het constateren ervan. Om de registratie terug te draaien, moest juridisch worden bewezen dat de man nog leefde. Maar daarvoor waren documenten nodig die hij niet kon krijgen, juist omdat hij als overleden geregistreerd stond. “Je loopt voortdurend vast. Voor de rechtbank heb je een identiteitsbewijs nodig. Maar dat had hij niet. Voor juridische stappen hadden we een advocaat nodig. Maar een advocaat kon hem niet helpen, omdat hij in de systemen als overleden stond geregistreerd.”

Hoe meer Linda zich in de zaak verdiepte, hoe meer ze merkte dat iedereen bleef redeneren vanuit procedures. “Vanachter een bureau was het antwoord steeds: we hebben dit document nodig of dat bewijs nodig. Maar ik dacht alleen maar: luister nou eens goed naar het verhaal! Dat document kán helemaal niet bestaan.”

Speuren naar bewijs

De zaak liet haar niet los. Omdat het systeem geen ingang bood, ging Linda zelf op zoek naar aanknopingspunten. Stap voor stap probeerde ze te reconstrueren wat er in het verleden was gebeurd. Ze ontdekte dat een doodverklaring via de rechtbank gepubliceerd moet worden in de Staatscourant en in een krant. Toen ze die publicatie zelf niet kon vinden, schakelde ze een journalist van Dagblad van het Noorden in. “Die vond uiteindelijk een publicatie in een landelijke krant waarin stond dat de man zich moest melden bij de rechtbank.”

Van daaruit begon een soort speurtocht. Linda verzamelde informatie via het kadaster, eerdere werkgevers, medische gegevens en andere bronnen die konden aantonen dat de man daadwerkelijk leefde. “Zo kwam ik telkens een stapje verder. Ik bleef zoeken naar informatie die wél beschikbaar was. Elk puzzelstukje hielp.” Toch bleef de kern van het probleem bestaan: zolang de juridische basis niet werd aangepast, bleef het hele systeem op slot.

Hulp van PMM

Na weken zoeken, bellen en proberen liep Linda opnieuw vast. De benodigde stukken van de rechtbank kreeg ze niet boven tafel en zonder die informatie kwam de zaak niet verder. Via een kennis hoorde ze over het Maatwerkloket van PMM. “Ik was op een verjaardag en vertelde over de zaak. Toen zei iemand: volgens mij moet je PMM bellen. Zij kunnen helpen als je helemaal vastloopt tussen verschillende overheidsorganisaties.”

Dat werd een belangrijk keerpunt. “Nog diezelfde dag belde een van de regievoerders van PMM mij terug.” Via PMM kwamen verschillende partijen met elkaar in contact, onder wie mensen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij kenden vergelijkbare situaties en konden meedenken over mogelijke routes. “Dat hielp enorm. Ineens hadden we toegang tot kennis, contacten en expertise die we zelf niet hadden.”

Terug naar de rechtbank

Uiteindelijk bleek de sleutel tot de oplossing te liggen waar het probleem ooit was ontstaan: bij de rechtbank. De oorspronkelijke beschikking moest worden herzien voordat andere organisaties hun registraties konden aanpassen. Via het Openbaar Ministerie werd een verzoekschrift tot doorhaling van de overlijdensakte ingediend. De man was zelf aanwezig bij de zitting. “Daar werd vastgesteld dat hij daadwerkelijk leefde”, vertelt Linda.

In juli 2025 oordeelde de rechtbank dat voldoende aannemelijk was dat de man nog in leven was. De overlijdensakte werd daarop doorgehaald. Volgens Linda maakte de zaak ook indruk op de rechter. “Een excuus kwam er niet, maar de rechter gaf wel aan dat hij het schokkend vond dat dit had kunnen gebeuren en dat de menselijke maat in het proces ontbrak.”

Stap voor stap weer bestaan

Met de uitspraak was het grootste obstakel weggenomen, maar daarmee was het werk nog niet klaar. Verschillende organisaties moesten hun registraties aanpassen voordat de man weer volledig kon deelnemen aan de maatschappij.  PMM betrok onder andere de Belastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de zorgverzekeraar bij de kwestie. Samen zochten ze naar oplossingen binnen bestaande wet- en regelgeving.

Ook de financiering van juridische procedures vormde een uitdaging. Omdat dit via de reguliere weg niet mogelijk was, werd via Stichting Urgente Noden ondersteuning geregeld. “Daardoor konden we de advocaatkosten, griffierechten en de aanvraag van een nieuwe identiteitskaart betalen. Zonder die hulp waren we opnieuw vastgelopen.” Stap voor stap kreeg de man zijn leven terug op papier: een identiteitsbewijs, een bankrekening, een zorgverzekering, AOW en pensioen.

Het verschil maken

Gedurende het hele traject bleef Linda betrokken. Ze bezocht de man regelmatig en zocht samen met hem en zijn partner naar manieren om verder te komen. “We waren steeds aan het kijken: wat is de volgende stap? Wie kan nog iets betekenen? Waar zit nog een opening?” De grootste beloning kwam toen alles uiteindelijk geregeld was. “Er viel echt een last van zijn schouders. Dat moment maakte voor mij zichtbaar hoeveel spanning en onzekerheid hij al die tijd met zich had meegedragen.”

Voor Linda laat deze casus zien hoe belangrijk het is dat professionals verder kijken dan procedures alleen. “Wat uiteindelijk het verschil maakte? Volhouden. Samenwerken. Mensen vinden die bereid zijn mee te denken. En niet accepteren dat iets onmogelijk is omdat een systeem dat zegt.” Ze hoopt dat andere professionals dezelfde les meenemen. “Kijk niet alleen naar regels en systemen, maar luister naar het verhaal van iemand. Vaak is er meer mogelijk dan je denkt. Als niemand doorzet, gebeurt er niks.”

Wat blijft hangen

Als ze terugkijkt op de casus, ziet Linda vooral twee kanten van hetzelfde verhaal. Enerzijds laat het zien hoe kwetsbaar mensen kunnen worden wanneer systemen elkaar tegenwerken en niemand meer verantwoordelijkheid neemt voor het geheel. Anderzijds laat het zien wat mogelijk is wanneer je als professional blijft zoeken naar oplossingen.

“Dat iemand op papier kan ophouden te bestaan, vond ik bijna niet te bevatten. Maar misschien nog opvallender vond ik hoe moeilijk het vervolgens is om weer officieel te mogen bestaan. Juist daardoor zie je hoe belangrijk samenwerking en doorzettingsvermogen zijn om alsnog beweging in zulke situaties te krijgen.”