Steeds meer gemeenten wijzen maatwerkprofessionals aan om complexe casuïstiek aan te pakken. Veel van deze professionals sluiten zich aan bij PMM. Dat is goed nieuws, want zo kunnen zij samen werken aan het doorbreken van multiprobleemsituaties. In deze rubriek delen maatwerkprofessionals uit het hele land hun ervaringen aan de hand van 10 vragen. Dit keer is dat Margot van Puijenbroek, doorbraakcoach bij de gemeente Breda.

1. Wat houdt jouw functie precies in en hoe geef je die rol vorm?

“Ons Doorbraakteam bestaat sinds september 2024. Eerst als pilot van een half jaar en sinds april 2025 is het team definitief geworden. We werken met zeven mensen vanuit Participatie, Wmo en Jeugd. Iedereen brengt zijn eigen expertise mee. Zelf kom ik vanuit de afdeling schuldhulpverlening en preventie. Als doorbraakcoach ben ik voor collega’s binnen deze afdeling het aanspreekpunt als zij vastlopen in een casus. Vaak begint het met samen de situatie uitdiepen: wie is regisseur, welke partijen zijn betrokken en welke stappen zijn al gezet? Soms helpt dat al. En als het nodig is, brengen we een casus in het Doorbraakteam om er multidisciplinair naar te kijken.

Ik zie mezelf vooral als coach en verbinder. De regisseur blijft eigenaar van de casus, maar wij denken mee, spiegelen en helpen om andere mogelijkheden te zien. Soms neem ik collega’s ook mee naar een overleg, zodat ze meteen leren hoe andere domeinen werken.”

2. Welke rol speelt maatwerk in jouw werk en welke ontwikkelingen zie je?

“Het grootste thema is op dit moment verbinding. Breda is een grote gemeente met veel teams en specialisaties. Zeker sinds corona merken we dat het lastiger is geworden om elkaar te vinden. Mensen werken thuis, op flexplekken, in de wijk of spreken met inwoners aan de keukentafel. Daardoor weet je soms niet meer goed wie je moet hebben en waar je iemand kunt vinden. Juist die verbinding is cruciaal voor maatwerk. Binnen het Doorbraakteam merken we juist hoeveel ruimte er vaak al binnen bestaande wetten en regels is. Veel professionals denken dat iets niet kan, terwijl er vaak meer mogelijk blijkt als je samen kijkt. Daar zit echt een ontwikkeling in: ontdekken dat maatwerk vaak gewoon binnen de bestaande kaders kan.”

3. Heb je het gevoel dat jij en je collega’s als maatwerkprofessional echt verschil kunnen maken?

“Ja, absoluut. Een casus die me is bijgebleven gaat over een jong stel dat vanuit de jeugdhulp samen in een flexwoning terechtkwam. Na twee jaar zouden ze daar weer uit moeten. Dat was een groot probleem, want de begeleiding liep goed: hij had werk, zij werkte aan herstel. Als zij opnieuw dakloos zouden raken, zou alles weer instorten. De casus kwam uiteindelijk bij ons terecht. Met de Doorbraakmethode hebben we inzichtelijk gemaakt wat de maatschappelijke kosten zouden zijn als er niets gebeurde. Daarmee konden we goed onderbouwen dat een andere oplossing nodig was en de woningcorporatie overtuigen. Zo kregen zij een andere woning aangeboden. Dat is voor mij precies waar maatwerk over gaat: verder kijken binnen de formele regels en goed uitleggen waarom een andere oplossing uiteindelijk beter is.”

4. Tegen welke uitdagingen lopen jullie aan bij het leveren van maatwerk?

“De grootste uitdaging blijft: zorgen dat collega’s de weg naar het Doorbraakteam weten te vinden. In het begin kregen we veel casussen, daarna zakte het ineens terug. Veel professionals hebben het ontzettend druk. Dan los je iets snel zelf op, terwijl het soms juist helpt om even breder te kijken. Als ze ons weten te vinden hebben we ook gemerkt dat we moeten werken aan verwachtingsmanagement naar collega’s toe. Dat komt ook door de naam ‘Doorbraakteam’. We zijn benaderbaar voor consultatie en advies, en zo nodig een doorbraak. De regisseur blijft zelf verantwoordelijk voor de casus. Wij staan ernaast, denken mee en helpen om andere perspectieven te zien. Daarom zijn we veel bezig met uitleggen wat het Doorbraakteam toevoegt. We hebben bij alle teams al twee presentaties gegeven. En onlangs hebben we bij Jeugd en Wmo een workshop verzorgd. Andere afdelingen komen na de zomer aan de beurt.”

5. Wat was voor jullie de aanleiding om aan te sluiten bij het PMM-netwerk?

“PMM heeft een groot landelijk netwerk. Je kunt daardoor makkelijker schakelen met andere gemeenten, ministeries en organisaties. Als je zelf vastloopt in een casus, helpt het dat je buiten je eigen gemeente mensen kunt vinden die misschien al ervaring hebben met een vergelijkbare situatie. Daarnaast vinden we het ook belangrijk om onze eigen ervaringen te delen. We zijn zelf nog volop in ontwikkeling als Doorbraakteam en leren graag van anderen.”

6. Werken jullie al samen met andere professionals binnen het PMM-netwerk?

“Ja, vooral via vragen en contacten die gaandeweg ontstaan. We hebben bijvoorbeeld meegedaan aan stagedagen van PMM. Daarbij kijk je mee bij andere organisaties en komen professionals ook bij jou kijken. Dat levert veel praktische inzichten op. Ik ben bijvoorbeeld samen met collega’s van de BBZ-afdeling (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) op bezoek geweest bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Daar ging het over ondernemers met complexe problematiek. Dat is een doelgroep met heel eigen uitdagingen. Het maandinkomen van ondernemers kan sterk wisselen en zij zoeken in de regel pas laat hulp. Tegen de tijd dat zij aankloppen spelen er dan meestal al meerdere problemen tegelijk.”

7. Wat verraste of inspireerde jou daarin het meest?

“Vooral hoe verschillend gemeenten hiermee omgaan. Sommige gemeenten zijn al veel verder in hun ontwikkeling. Dat geeft energie. Daarnaast merk je hoe waardevol persoonlijke contacten zijn. Als je eenmaal weet wie je kunt bellen, wordt samenwerken veel makkelijker. Dat netwerk opbouwen vind ik misschien wel het belangrijkste van zulke bijeenkomsten.”

8. Wat heeft jouw gemeente nodig om nog beter en sneller maatwerk te kunnen bieden?

“Dat professionals eerder met casussen naar ons toekomen. We hebben het proces inmiddels best goed ingericht, maar het valt of staat ermee dat mensen het Doorbraakteam weten te vinden en ook ervaren dat het helpt. Verder zoeken we nog manieren om externe partijen beter aan te sluiten. Denk aan maatschappelijk werk, GGZ, woningcorporaties of politie. We willen uiteindelijk groeien naar een bredere ‘doorbraaktafel’ waarin ook partners buiten de gemeente meedenken over complexe situaties.”

9. De vorige geïnterviewde vroeg: wat vind jij de juiste positionering van de maatwerkregisseur binnen de organisatie?

“Bij ons werkt het eigenlijk goed zoals het nu georganiseerd is. Wij vallen als Doorbraakteam onder Beleid binnen het sociaaleconomisch domein en werken domeinoversteigend, boven de verschillende ketens van Jeugd, Wmo en Participatie. Daardoor kunnen we vrij makkelijk schakelen tussen domeinen. Tegelijkertijd houden we allemaal ook ons eigen reguliere werk. Dat helpt juist om contact te houden met de praktijk en met collega’s op de werkvloer. In gemeenten waar maatwerkprofessionals losser van de uitvoering staan, kan die verbinding met de praktijk lastiger zijn.”

10. Welke vraag wil je graag doorgeven aan de volgende maatwerkprofessional?

“Hoe organiseer je een goede samenwerking met externe partijen, zoals maatschappelijk werk, GGZ, woningcorporaties of politie, rondom complexe casuïstiek? En hoe zorg je daarbij voor het juiste verwachtingsmanagement bij professionals en inwoners?”