Met de beste bedoelingen is de afgelopen decennia een complex sociaal systeem gebouwd. Met wetten die op zichzelf staand vaak goed en helpend zijn, maar die in de praktijk problemen soms eerder groter kunnen maken dan oplossen. In het boekje 'Met hart en ziel én heel veel energie' lees je 9 verhalen uit die dagelijkse praktijk van de maatwerkprofessional. De verhalen zijn niet zozeer bedoeld om die schrijnende situaties onder de aandacht brengen, maar wel om een inkijkje geven in de dagelijkse realiteit van de professionals die deze gezinnen bijstaan. Eén van deze verhalen gaat over Jan.

 Jan is een jonge, net afgestudeerde maatschappelijk werker. Hij komt uit een sociaal nest, vader is basisschooldirecteur en moeder verloskundige. Van kleins af aan weet hij dat hij iets sociaals wil doen: mensen helpen, iets betekenen voor de maatschappij. Tijdens de opleiding was hij vooral enthousiast over zijn stage op de daklozenopvang. Hij genoot van de bezoekers en hun verhalen en voelde zich als een vis in het water. Jan is een paar maanden aan het werk in het wijkteam, als zijn collega uitvalt door ziekte. Hij krijgt de casus van Koen toebedeeld.

Een pittig dossier, zo weet Jan vanuit de teambesprekingen. Koen is al bijna zijn hele jonge leven bekend in de jeugdhulpverlening. Hij heeft last van depressie, autisme, dwanghandelingen en gedragsproblemen en deed als kind meermaals een suïcidepoging. Verschillende collega’s zijn al tevergeefs met de casus bezig geweest. Jan laat zich door een van hen bijpraten: zij noemt het werken met Koen een constante crisis.

Psychische pijnen

Jan benadert de betrokken professionals, te beginnen bij de politie. De wijkagent is de afgelopen weken weer veel met Koen bezig geweest en wil graag met Jan in gesprek. Koen heeft opnieuw een suïcidepoging gedaan en ligt nu in het ziekenhuis. Zijn ouders belden de weken ervoor veelvuldig 112, omdat de situatie thuis uit de hand liep. De wijkagent vindt dat de GGZ veel te weinig doet om Koen te ondersteunen. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige is het hier niet mee eens; volgens haar lijdt Koen aan psychische pijnen die zo heftig zijn, dat Koen geen andere uitweg ziet dan suïcide. Vanwege de combinatie van autisme, dwang en depressie is behandeling ingewikkeld. Na jaren van behandelingen, medicatie en opnames, heeft zij een paar maanden geleden samen met Koen en zijn moeder de weg richting euthanasie ingezet.Tot ieders verdriet werd het verzoek afgewezen. De psychiater brandde zich er liever niet aan; hij vond Koen nog zo jong en kon niet bepalen of hij daadwerkelijk was uitbehandeld. Tot woede van Koen en zijn ouders, noemde de psychiater de situatie ’nog niet uitzichtloos’.

Klein wonder

Moedeloos zijn ze, vertelt de moeder aan Jan. Alle mogelijke behandelingen zijn geprobeerd, maar niets werkt. Bovendien heeft haar zoon meerdere diagnoses, waarvoor verschillende behandelrichtlijnen gelden. Moeder wil niet dat Koen thuiskomt na de ziekenhuisopname. Dat kan ze echt niet meer aan en ook haar minderjarige dochter gaat eraan onderdoor. Het ziekenhuis verlengt de opname met een paar dagen om in de tussentijd een oplossing te vinden. Jan probeert moeder te ondersteunen in haar zoektocht naar een goede plek voor haar zoon. En zowaar, zij vindt binnen twee dagen een intensieve behandelplaats. Een zeer schaarse plek, gezien de diagnoses en geschiedenis van Koen. Een klein wonder dus! Wel buiten de regio, maar het goede nieuws is dat hij per direct terecht kan. Alle partijen zijn opgelucht, er is perspectief.

Grootste uitdaging

Maar dan komt de grootste uitdaging: de financiering. Een collega van Jan had al samen met moeder een Wlz-indicatie aangevraagd voor beschermd wonen. Moeder kreeg dit advies omdat de verschillende plekken in de regio via de Wmo geen oplossing boden. Bovendien moet er dan regelmatig getoetst worden of haar zoon nog wel voor deze zorg in aanmerking komt. Via de Wlz kan Koen langdurige zorg krijgen en dat is het enige wat moeder wil. Als blijkt dat deze wet pas over zes maanden ingaat, is ook via deze weg voorlopig geen financiering mogelijk, ondanks de afgegeven indicatie. Jan is inmiddels goed bekend met de verschillende financieringsstromen en benadert de centrumgemeente van zijn regio, die zich bezighoudt met indicaties voor beschermd wonen via de Wmo. De centrumgemeente voelt zich echter niet geroepen; zij hebben de indicatie niet afgegeven en zijn dus ook niet verantwoordelijk om te betalen. Jan wordt verwezen naar de gemeente van de behandelplek. Ook hier komt hij met lege handen terug. Deze gemeente draagt verschillende bezwaren aan: het past niet in het beleid, zij vinden het geen passende plek, ook zij zitten aan het plafond qua ingekochte plekken bij de zorgaanbieder. Ze verwijten de zorgaanbieder dat deze plek buiten hen om is aangeboden. Kortom, ook hier geen opening. Jan wendt zich tot het zorgkantoor, maar ook daar zijn geen middelen om de plek voor een half jaar te financieren. De afdeling Wmo van zijn gemeente wil graag met Jan meedenken. Echter, de zorgaanbieder hanteert het Wlz-tarief, wat in dit geval hoger is dan het tarief van beschermd wonen vanuit de Wmo. Jan doet nog een wanhopige poging bij zijn collega’s van de afdeling Jeugd voor een eventuele overbruggingsfinanciering vanuit Jeugdhulp. Maar nee, dit past volgens de instelling niet binnen hun voorwaarden. Ook geen optie dus.

Doorbraakteam

Jan is al een paar weken onderweg en hij ziet geen mogelijkheid meer om de plek te financieren. Omdat er geen zicht was op plaatsing binnen enkele dagen, kon het ziekenhuis de opname niet verlengen en inmiddels is Koen dus weer thuis. Het hele gezin loopt op hun tenen, de dochter is bij oma gaan wonen, en de kans dat Koen een behandelplaats krijgt wordt met de dag kleiner. Op een cursusdag raakt Jan in gesprek met een collega van een andere afdeling van zijn eigen gemeente. Zij wijst hem op het ‘doorbraakteam’ van de gemeente, dat vastgelopen casussen oppakt. Het team gaat ermee aan de slag en de gemeente neemt samen met de centrumgemeente toch de verantwoordelijkheid op zich om de plek te betalen, onder voorwaarden. Na veel overleg financiert de centrumgemeente de plaatsing tot het einde van het jaar op basis van het Wmo-tarief als overbrugging. Koens gemeente doet hetzelfde en legt vanuit het maatwerkbudget het verschil bij tussen het Wmo- en het Wlz-tarief.

Naïef

Drie weken nadat er een passende plek voor Koen gevonden is, kan hij eindelijk verhuizen. Jan ziet hoe opgelucht Koen en zijn familie zijn, dat doet hem goed. Toch blijft hij wat vertwijfeld achter. Drie weken lang is hij alleen maar bezig geweest met een onmogelijke financiële zoektocht, niet echt de drive die hij dacht te vinden in het maatschappelijk werk. In zijn intervisiegroep deelt hij deze gevoelens. Sommige collega’s moeten om Jan lachen: 'hoe naïef kun je zijn?!'

Over de publicatie

We hopen dat de verhalen in dit boekje jou net zo raken als ons en je inspireren om te kijken waar jij het verschil kunt maken, hoe jij kunt werken vanuit De Bedoeling. Samen kunnen we elkaar versterken bij de zoektocht naar een systeem dat beter dienstbaar is aan de professionals en de inwoners.