Met de beste bedoelingen is de afgelopen decennia een complex sociaal systeem gebouwd. Met wetten die op zichzelf staand vaak goed en helpend zijn, maar die in de praktijk problemen soms eerder groter kunnen maken dan oplossen. In het boekje 'Met hart en ziel én heel veel energie' lees je 9 verhalen uit die dagelijkse praktijk van de maatwerkprofessional. De verhalen zijn niet zozeer bedoeld om die schrijnende situaties onder de aandacht brengen, maar wel om een inkijkje geven in de dagelijkse realiteit van de professionals die deze gezinnen bijstaan. Eén van deze verhalen gaat over Lisa.
Vijftien jaar lang stond Lisa met de voeten in de klei als jeugdhulpverlener, tot ze toe was aan iets anders. Nu is ze maatwerkfunctionaris bij een middelgrote gemeente. Lisa helpt collega’s van alle afdelingen bij casuïstiek waar zij niet uitkomen en heeft een budget voor als reguliere oplossingen niet passen. Ze wordt erg gewaardeerd door haar collega’s, krijgt steun voor haar oplossingen en ook haar relatie met het college is goed. Lisa neemt het op voor de 20-jarige Peter, die het flink voor zijn kiezen krijgt. Lisa’s hulp wordt ingeroepen via haar collega’s van de Participatiewet. Peter heeft een verstandelijke beperking en werkt met heel veel plezier bij een bakker. Op deze beschermde werkplek voelt hij zich als een vis in het water. Zijn collega’s ziet hij als vrienden en ook als het minder goed gaat, zijn zij er voor elkaar. Tot voor kort woonde Peter op zolder bij zijn ouders, die hem goed hebben geleerd voor zichzelf te zorgen. Het was zo gezellig thuis dat hij er niet over peinsde om te verhuizen.
Financiële stress
Peter kan veel zelf, maar voor sommige zaken heeft hij zorg of hulp van anderen nodig. Zo kreeg hij na zijn 18e een bewindvoerder om hem te ondersteunen bij financiële beslissingen. Peters ouders konden die rol niet op zich nemen, omdat zij op dat moment zelf een bewindvoerder hadden. Zij hadden flinke schulden en kwamen er niet uit met de schuldhulpverlening. Dit gaf grote spanningen en ze waren dan ook blij dat ze via de schuldsanering (Wsnp) binnen drie jaar schuldenvrij zouden zijn. Geluk bij een ongeluk: de woningmarkt was op dat moment niet gunstig. De verkoop van hun huis zou een nog grotere schuld betekenen en dus hoefden Peter en zijn ouders niet te verhuizen. Met elkaar redden ze het. De financiën waren van elkaar gescheiden en ondanks de krappe beurs, konden ze de stress van ongeopende enveloppen en bezoeken van deurwaarders achter zich laten.
Schok op schok
Net na zijn 18e verjaardag overlijdt Peters moeder plotseling. De jongen is enorm van slag. Zijn moeder was de lijm van het gezin, zorgde voor hen en hield de boel bij elkaar. Zij regelde alles voor Peter, was overal bij betrokken en kende zijn vrienden en collega’s. Peter en zijn vader moeten nu zonder haar verder. Vader neemt veel zaken over die moeder voorheen deed. Dit gaat met vallen en opstaan, maar ze redden het samen. Ook Peter moet meer en meer zelf doen en dat gaat goed, hij wordt steeds zelfstandiger. Tot ieders grote schok en verdriet overlijdt zijn vader twee jaar later, na een kort maar heftig ziekbed. Het is een maand voordat de driejaarstermijn van de Wsnp erop zit... Peter is niet alleen kapot van verdriet, er zijn nu ook zorgen over zijn woonplek. Hij woonde immers bij zijn vader en het is de vraag hoe zijn toekomst eruitziet.
In de knel
Peters bewindvoerder benadert de bewindvoerder van de ouders. Omdat de financiën gescheiden waren, hebben zij voor het eerst contact. Samen komen zij in actie. Er wordt een procedure gestart om de schuldsanering van de ouders als afgerond te beschouwen. Zo kan Peter de erfenis accepteren en kan hij misschien zelfs in zijn ouderlijk huis blijven wonen. De zaak komt voor. Hoewel de rechter de situatie begrijpt, ziet hij geen andere mogelijkheid dan de regeling als onsuccesvol te beëindigen. De belanghebbenden, Peters ouders, leven immers niet meer. Er is ook geen rechtsgrond om in bezwaar te gaan, Peter is namelijk geen partij. De schuldenlast blijft volledig bestaan. Hoewel zijn ouders overleden zijn, hebben ze weer een schuld en worden failliet verklaard. De bewindvoerder van Peter accepteert de situatie als een voldongen feit. Zo zit de wet nu eenmaal in elkaar, verklaart hij.
Peter komt volledig in de knel na het overlijden van zijn ouders. Hij moet de koopwoning uit, weet niet waar hij naartoe kan en overziet het niet meer. Gelukkig heeft hij zijn collega’s die met hem meeleven en ook zijn baas ziet direct dat er actie nodig is. Hij legt de situatie voor aan zijn vaste contactpersoon bij de gemeente en omdat die geen idee heeft wat te doen, wordt Lisa ingeschakeld.
Vreemde situatie
Lisa vindt het een vreemde situatie en gaat op zoek naar antwoorden. Ze start bij de twee bewindvoerders, maar komt hier niet veel verder. Peters bewindvoerder is weinig hoopvol op een andere uitkomst en de bewindvoerder van de ouders ziet geen taak meer voor zichzelf. Ook Lisa’s collega’s kunnen haar niet adviseren, ze hebben zoiets ook nog nooit meegemaakt. Ze zoekt verder en komt via via bij het Rijk terecht. Haar gemeente is aangesloten bij een Rijksprogramma en tijdens een werklunch legt Lisa de casus voor aan een Rijksjurist. Ook zij is verbaasd en adviseert haar om Peters bewindvoerder te bewegen om toch hoger beroep aan te tekenen. Lisa, die als oud-hulpverlener niet juridisch is onderlegd, is dankbaar voor dit antwoord en legt het voor aan de bewindvoerder. Die reageert nogal stekelig. Hij vindt dat de jurist zonder kennis van zaken reageert en wijst het voorstel direct af. Lisa vindt het vervelend dat ze de bewindvoerder heeft beledigd, maar laat het toch niet los.
Uit de hand gelopen
Lisa blijft aandringen bij het Rijk en komt terecht bij een beleidsmedewerker van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die geeft aan dat Peters bewindvoerder eerder had moeten ingrijpen; hij had immers het overlijden van de vader kunnen zien aankomen. De bewindvoerder had tijdig verkorting van de looptijd kunnen aanvragen, zodat de schuldsanering met een schone lei beëindigd kon worden. ‘Als de bewindvoerder eerder had ingegrepen, was het nooit zo uit de hand gelopen en waren de consequenties voor Peter niet zo groot geweest’, eindigt de beleidsmaker haar mail. Het voelt als een tik op de vingers over wat er in het verleden is gebeurd, voordat Lisa betrokken was, en dat is het laatste wat Peter kan gebruiken. Lisa is gefrustreerd. Iedereen wijst naar elkaar. De jurist vindt dat de bewindvoerder beroep moet aantekenen, de bewindvoerder vindt dat de jurist niet weet waar ze het over heeft, de beleidsmaker vindt dat de bewindvoerder al veel eerder actie had moeten nemen. Het stoort Lisa enorm dat niemand iets doet om Peters toekomstige situatie te verbeteren.
Lisa weet het écht niet meer en haar acties hebben niet geleid tot een oplossing. Ze vraagt een mentor aan voor Peter, die hem hopelijk kan helpen met zijn woonsituatie. In de tussentijd heeft Peter gelukkig alle steun van zijn betrokken werkgever en collega’s.
Over de publicatie
We hopen dat de verhalen in dit boekje jou net zo raken als ons en je inspireren om te kijken waar jij het verschil kunt maken, hoe jij kunt werken vanuit De Bedoeling. Samen kunnen we elkaar versterken bij de zoektocht naar een systeem dat beter dienstbaar is aan de professionals en de inwoners.