Met de beste bedoelingen is de afgelopen decennia een complex sociaal systeem gebouwd. Met wetten die op zichzelf staand vaak goed en helpend zijn, maar die in de praktijk problemen soms eerder groter kunnen maken dan oplossen. In het boekje 'Met hart en ziel én heel veel energie' lees je 9 verhalen uit die dagelijkse praktijk van de maatwerkprofessional. De verhalen zijn niet zozeer bedoeld om die schrijnende situaties onder de aandacht brengen, maar wel om een inkijkje geven in de dagelijkse realiteit van de professionals die deze gezinnen bijstaan. Eén van deze verhalen gaat over Sara.
Sara is al jaren de ‘maatwerkfunctionaris’ van haar gemeente. Dit is natuurlijk niet haar functienaam, maar ze staat bekend als het oliemannetje; de collega die voor ieder probleem wel een oplossing heeft. Zoals de meeste maatwerkfunctionarissen heeft Sara een klein budget om maatwerkoplossingen te financieren. Mensen nemen haar ideeën serieus en ze krijgt veel voor elkaar. Ze komt veelal tot oplossingen door het bereiken van consensus tussen de betrokkenen. In woord is Sara mandaat toegekend, maar in de praktijk blijkt dit toch ingewikkelder te zijn. Zonder volmacht, lijkt het toegezegde mandaat meer op blufmandaat. Sara heeft zich door veel doorbraken weten te bluffen, maar wanneer het er echt toe doet, loopt ook zij vast.
Collega Johan, klantmanager, benadert Sara. Hij loopt vast met de begeleiding van Nelleke, een alleenstaande moeder van vier kinderen. Nelleke werkt acht uur in de week, haar inkomen wordt aangevuld vanuit de Participatiewet. Johan zet al twee jaar in op het uitbreiden van die uren, maar de problemen blijven zich opstapelen. Haar oudste zoon, Jan van 13, woont wegens ernstige gedragsproblemen in een instelling en heeft een jeugdbeschermer. Deze maatregel is opgelegd vanuit de rechtbank. Omdat er in de regio geen passende plek was voor Jan, zit hij in een instelling 170 kilometer verderop. Nelleke ging hier destijds mee akkoord; haar zoon was een gevaar voor de andere kinderen en moest zo snel mogelijk uit huis. Jan krijgt intensieve therapie en eens per week wordt zijn moeder daarbij verwacht. Verder komt hij om het weekend naar huis. In die thuisweekenden moet het gezin therapie krijgen, maar dit is nog niet georganiseerd. Nelleke heeft geen rijbewijs en met het openbaar vervoer is het twee keer drieënhalf uur reizen om Jan op te halen. De vrijwilliger die dit een tijdje deed, is afgehaakt. Naast dit alles zit Nelleke flink in de financiële problemen, ze staat onder bewind en er loopt een aanvraag voor schuldsanering.
Co-ouderschap
Vader is nog altijd betrokken. Het co-ouderschap gaat redelijk goed, hij staat Nelleke bij in het halen en brengen van de kinderen. Hij heeft echter geen eigen huis waar hij de kinderen kan ontvangen en ook hij krijgt psychische ondersteuning. Na de scheiding stond hij ingeschreven bij zijn zus, maar daar kwam ruzie van. Inmiddels heeft hij geen officiële woonplek meer en slaapt hij dan eens hier en dan eens daar op de bank. Dat maakt hem onbetrouwbaar in de afspraken met Nelleke. Hij verdient te weinig om particulier te huren en de wachtlijsten voor sociale woningbouw zijn lang. Een urgentieaanvraag is al twee keer afgewezen, zijn leefomstandigheden zijn namelijk ‘onvoldoende levensontwrichtend’. Nu is hij veel bij Nelleke in huis om er voor haar en de kinderen te kunnen zijn. De sociale recherche komt dit echter op het spoor en start een onderzoek vanwege het vermoeden van samenwonen en dus fraude.
Brandjes blussen
Vanuit het principe één gezin- één plan- één regisseur zoekt klantmanager Johan de andere professionals op. Zo hoort hij van Marie, de jeugdbeschermer van Jan, dat er altijd wel iets aan de hand is en dat zij zich daarom vooral op Jan richt. Hij belt ook met Carolien en haar collega’s van de opvoedondersteuning. Carolien geeft aan dat moeder de situatie niet meer overziet; ze heeft met te veel hulpverleners te maken en moet meer regelen dan ze aankan. Johan ziet door de bomen het bos niet meer en schakelt Sara in. Sara haalt alle partijen bij elkaar. Het plan: eerst brandjes blussen en dan naar de toekomst kijken. Het eerste wat Sara doet is het afhouden van de sociale recherche. Omdat zij weten dat Sara dit niet zomaar vraagt, laat de recherche de zaak even liggen.
Noodbed
Daarna vraagt Sara de afdeling Jeugdhulp om voor de drie thuiswonende kinderen een Sociaal Medische Indicatie af te geven voor na school. Deze waren eerder al afgewezen omdat moeder werkt, maar Sara krijgt een uitzondering voor elkaar. Ook deze collega’s kennen haar immers als redelijk in haar verzoeken. Dan gaat Sara aan de slag voor vader. Om moeder te kunnen ondersteunen, moet hij in de buurt wonen. Ze overlegt met de afdeling Wonen, maar door de woningnood geven ze haar geen kans om opnieuw urgentie aan te vragen. Het lukt Sara om een noodbed van de GGZ in te zetten. Ondanks dat vader psychische problemen heeft, is hij eigenlijk te ‘licht voor dit bed’. Dit gaat niet zonder slag of stoot; sommige collega’s vinden dat Sara misbruik maakt van haar contacten. Het wordt willekeur genoemd. Helaas ontstaat er ook een conflict over de financiering van de overige hulp voor moeder. Sara wil dat Nelleke ondersteuning krijgt om haar zaken op orde te krijgen en vraagt de betrokken jeugdhulpverleners om dit op te pakken. Sara ziet geen heil in weer nieuwe hulpverleners bij Nelleke. De afdeling Jeugd wil de indicatie echter niet uitbreiden omdat het hier niet om de kinderen maar om de moeder gaat, en dus bij de Wmo hoort. Die afdeling heeft echter geen contract met deze aanbieder en de aanbieder werkt niet met een PGB. Ze komen er niet uit en Sara is gedwongen een nieuwe zorgaanbieder aan te haken om Nelleke te ondersteunen.
In duigen
Dan is er nog een meningsverschil over het vervoer naar de instelling. Sara vindt het geen optie: een alleenstaande moeder met jonge kinderen iedere week zo ver laten reizen met het OV. Taxivervoer kost 40.000 euro per jaar, maar daar gaat de afdeling Jeugd niet mee akkoord. Zij vinden dat er voor Jan een nieuwe plek in de regio moet worden gezocht. Jan is echter gewend aan zijn woongroep en wil niet verhuizen.
Zonder financiën en vervoer valt de plaatsing in duigen. Sara heeft een idee: misschien is er via de afdeling Werk en Inkomen een chauffeur beschikbaar, als tegenprestatie voor zijn uitkering. Sara wil dan een auto huren en zonder veel kosten eigen vervoer organiseren. Dit gaat het afdelingshoofd Werk & Inkomen te ver, hij wil hier niet aan meewerken. Ook via vrijwilligersorganisaties lukt het niet, maar uiteindelijk vindt Sara in haar eigen netwerk een student. Ze betaalt dit uit haar eigen maatwerkbudget. Intussen zorgt ze dat Nelleke versneld haar rijbewijs kan halen. Helaas zakt zij de eerste keer voor het examen, dus de student blijft nodig.
‘Te uniek’
De meningsverschillen stapelen zich op. Iedereen vindt er iets van en waar Sara normaliter veel ruimte ervaart om haar collega’s zover te krijgen maatwerk te leveren, krijgt ze deze zaak niet in beweging. Ze richt zich tot het Rijk. Via mail krijgt ze antwoord: de Rijksambtenaar begrijpt niet zo goed wat Sara van hem wil, vindt ondersteuning vanuit het Rijk niet nodig en wijst haar op de ruimte die juist in de wetgeving is georganiseerd om maatwerk te leveren. Maar dat is hier nou net het probleem! Iedere professional mag in zijn eigen gebied handelen vanuit eigen perspectief, maar zo komt er geen maatwerk. Sara wil de situatie voor Nelleke heel graag veranderen, maar krijgt het niet voor elkaar. Tijdens een ‘bila’ met haar manager bespreekt Sara dat ze mandaat mist om echt maatwerk te leveren. De manager vindt echter de situatie zo uniek dat het hem veel te ingewikkeld lijkt om hiervoor een collegebesluit te organiseren. Sara voelt zich het oliemannetje zonder gereedschapskist. Het enige wat ze heeft is blufmandaat.n dit boekje jou net zo raken als ons en je inspireren om te kijken waar jij het verschil kunt maken, hoe jij kunt werken vanuit De Bedoeling. Samen kunnen we elkaar versterken bij de zoektocht naar een systeem dat beter dienstbaar is aan de professionals en de inwoners.
Over de publicatie
We hopen dat de verhalen in dit boekje jou net zo raken als ons en je inspireren om te kijken waar jij het verschil kunt maken, hoe jij kunt werken vanuit De Bedoeling. Samen kunnen we elkaar versterken bij de zoektocht naar een systeem dat beter dienstbaar is aan de professionals en de inwoners.