Soms hebben professionals alle mogelijkheden onderzocht en zorgvuldig afgewogen, maar blijft de uitkomst van een complexe casus toch moeilijk voelen. Hoe ga je om met die ‘buikpijn’? En hoe voorkom je dat één professional alleen verantwoordelijk wordt voor wat er uiteindelijk gebeurt? Regievoerders Annemarie de Beer en Christel van Zelst vertellen over een PMM-casus die anders afliep dan gehoopt, en over hoe het hielp om de verantwoordelijkheid breder te dragen.

Wat maakte deze casus zo ingewikkeld?

Annemarie: “Een Nederlands ziekenhuis benaderde PMM over een EU-burger die bij een suïcidepoging ernstig lichamelijk letsel had opgelopen en vervolgens in het ziekenhuis was opgenomen. Sindsdien was hij afhankelijk van een rolstoel. Zijn situatie was heel kwetsbaar: eerder verbleef hij in de nachtopvang, maar daar kon hij niet meer terecht. Tegelijkertijd kon hij in Nederland geen aanspraak maken op de voorzieningen en zorg die hij nodig had.”

“Terugkeer naar zijn land van herkomst was wél mogelijk. Daar was zorg beschikbaar en zijn terugkeer kon worden begeleid. Maar zelf wilde hij absoluut niet terug. Hij gaf aan liever in Nederland op straat te leven en dreigde zelfs met een nieuwe suïcidepoging als hij terug zou moeten. Daarmee ontstond een moreel ingewikkelde situatie voor de betrokken professionals. Geen enkele professional wil met zijn of haar handelen het risico op suïcide vergroten.”

Hoe ga je te werk om in zo’n ingewikkelde casus tot een oplossing te komen?

Christel: “We hebben verschillende scenario’s uitgewerkt. Wat gebeurt er als hij in Nederland blijft? Wat als hij teruggaat naar zijn land van herkomst? Welke mogelijkheden zijn er binnen ieder scenario en welke niet? Vervolgens bekeken we welke partijen iets moesten uitzoeken en welke stappen nodig waren.”

Annemarie: “Zo pel je een ingewikkelde casus steeds verder af. In het begin is het één grote kluwen. Door de scenario’s uit te werken, wordt steeds duidelijker waar ruimte zit en wat je van iedere betrokken partij nodig hebt. Tijdens de overleggen kwamen er steeds meer antwoorden bij en konden we de mogelijkheden en onmogelijkheden per scenario met elkaar bespreken.”

Een van de scenario’s was terugkeer naar het land van herkomst. Hoe zorgvuldig is die mogelijkheid onderzocht?

Annemarie: “Heel uitgebreid. Dit was niet zomaar een optie die even op tafel lag. De maatschappelijk werker van het ziekenhuis heeft gesprekken gevoerd met de man, contact gelegd met mensen in het land van herkomst en gekeken naar de mogelijkheden voor opvang, zorg, begeleiding tijdens de reis en verdere ondersteuning. Er is bijvoorbeeld telefonisch contact geweest tussen de man en iemand die hem in het land van herkomst zou kunnen opvangen.”

“Juist omdat hij zo duidelijk aangaf niet terug te willen, hebben we ook onderzocht of daar redenen voor waren die een uitzondering om verblijfsrecht toe te kennen, zouden kunnen rechtvaardigen. We wisten dat hij veel had meegemaakt in zijn verleden. Maar daarover kon of wilde hij weinig vertellen. Daardoor hadden we uiteindelijk te weinig aanknopingspunten om een uitzondering te onderbouwen.”

In hoeverre was hij zelf in staat zo’n ingrijpende keuze te maken?

Annemarie: “We hebben ook onderzocht of hij in staat was om die keuze zelf te maken. Daar hebben meerdere psychiaters naar gekeken. Hij was wilsbekwaam. Dan heeft iemand ook het recht om een keuze te maken die wij als professionals heel moeilijk vinden.”

Christel: “Dat besef was ook heel bepalend in het verdere verloop van de casus. Meneer koos dus heel bewust niet voor de - in onze ogen - meest duurzame en menswaardige optie. Anders gezegd: hij achtte leven in een rolstoel op straat in Nederland beter dan terugkeer naar zorg in het land van herkomst. Dat heeft ons zeker doen nadenken. Over de invulling van het begrip menswaardig, over onze goede bedoelingen die niet zo goed voelen voor de persoon in kwestie.” 

Wat was uiteindelijk de uitkomst van de casus?

Annemarie: “Uiteindelijk bleek het niet mogelijk om in Nederland opvang en zorg voor hem te regelen. Hij heeft het ziekenhuis daarom verlaten zonder duurzaam perspectief en zonder tijdelijke opvang of onderdak. De betrokken partijen hielden wel toezicht op zijn situatie op straat.”

Christel: “Dat voelde voor de betrokken professionals zeer onbevredigend. Nogmaals, voor ons was het vooruitzicht dat iemand met ernstige lichamelijke beperkingen op straat zou moeten leven zonder passende opvang en zorg, best ingewikkeld. Tegelijkertijd is het individuele recht op zelfbeschikking een belangrijk recht, en daarmee ook de keuze om zo te leven.”

Hoe gingen jullie en de andere betrokkenen om met de ‘buikpijn’ over die uitkomst?

Annemarie: “Toen we zagen aankomen dat dit waarschijnlijk de uitkomst zou worden, hebben we de betrokken professionals bewust gevraagd om de casus en de waarschijnlijke uitkomst binnen hun eigen organisatie te bespreken. Hadden we echt alles onderzocht wat mogelijk was? En kon iedere organisatie zich achter deze uitkomst scharen? Het ziekenhuis organiseerde bijvoorbeeld een moreel beraad met de betrokken artsen en verpleegkundigen. Toen we daarna weer bij elkaar kwamen, bleek iedereen tot dezelfde conclusie te zijn gekomen: ja, we hadden alle mogelijkheden onderzocht en de organisaties konden zich gezamenlijk achter deze uitkomst scharen, hoe lastig ook.”

Christel: “Dat was belangrijk, omdat de verantwoordelijkheid daarmee niet bij individuele professionals kwam te liggen, maar door de organisaties gezamenlijk werd gedragen. We moesten met elkaar verdragen dat deze kwetsbare persoon op straat zou komen te leven, met alle mogelijke risico’s van dien. In de wetenschap dat we alles hadden onderzocht en dat het uiteindelijk zijn eigen keuze was. Die gezamenlijke afstemming zorgde voor een bewuste en zorgvuldige afweging en gaf zowel de individuele professionals als de betrokken organisaties houvast bij deze moeilijke uitkomst.”

Annemarie: “De buikpijn verdwijnt daarmee niet. Maar het geeft wel rugdekking. Je weet dat je niets over het hoofd hebt gezien en dat het niet de beslissing is van één of twee mensen.”

Wat was in deze casus de meerwaarde van PMM?

Christel: “Door in te zetten op het uitwerken van verschillende scenario’s hebben we vooral geholpen om overzicht te creëren en het denkproces te structureren en ondersteunen. Waar we in het begin nog één grote kluwen zagen, werden de verschillende mogelijkheden stap voor stap duidelijker. Daardoor konden de betrokken partijen gerichter onderzoeken wat wel en niet mogelijk was.”

Annemarie: “Een belangrijke stap was om de juiste professionals bij elkaar te brengen: de mensen die nodig waren om de verschillende scenario’s te onderzoeken en vanuit hun eigen expertise mee te denken. Zo konden we uiteindelijk vaststellen dat alle mogelijkheden waren verkend en zorgvuldig tegen elkaar waren afgewogen. PMM hielp om dat proces te structureren en ervoor te zorgen dat de verschillende betrokken partijen daarin samen optrokken.”

Wat kunnen andere maatwerkprofessionals van deze casus leren?

Christel: “Bij morele dilemma’s kan het helpen om een casus breder binnen de eigen organisatie te bespreken. Dus niet alleen met de mensen die al aan tafel zitten, maar ook met collega’s en andere betrokkenen die vanuit een andere invalshoek kunnen meekijken. Dat betekent niet dat je daardoor tot een andere uitkomst komt. Maar het helpt wel om weg te blijven van tunnelvisie, zeker te weten dat alle mogelijkheden zijn onderzocht en dat de verantwoordelijkheid voor een moeilijk te aanvaarden uitkomst niet bij één professional komt te liggen.”

Annemarie: “We zoeken in ons werk altijd naar oplossingen, maar deze casus laat ook zien dat er situaties zijn waarin je uiteindelijk moet verdragen dat de uitkomst anders is dan je zelf zou wensen. Je gunt iedereen een menswaardig bestaan. Maar wie bepaalt uiteindelijk wat dat is? Die vraag liep eigenlijk door de hele casus heen.”