Sinds de zomer van 2025 is het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) aangesloten bij PMM. Een waardevolle stap, omdat beiden elkaar kunnen versterken. “Sommige casussen zijn te complex om alleen op te lossen,” zegt Bart van Rijsbergen, beleidsmedewerker bij de consulaire directie. Wat verwacht hij van de samenwerking met PMM? En wat kan het ministerie bijdragen aan PMM?
BZ regelt veel praktische zaken voor Nederlanders in het buitenland: van paspoorten tot legalisaties en hulp bij detentie, vermissing of overlijden. In de praktijk merken Bart en zijn collega’s dat casuïstiek in het buitenland vaak niet goed aansluit op Nederlandse regelingen. “Daardoor worden situaties snel complex,” geeft Bart aan. “Wij kunnen niet alles in het buitenland oplossen, en organisaties in Nederland kunnen hun werk beter doen met onze informatie. Het zou enorm helpen als we elkaar sneller en beter weten te vinden.”
Als zelfredzaamheid niet haalbaar is
Als Nederlanders in het buitenland in de problemen komen, gaat de overheid uit van zelfredzaamheid: wie reist, regelt zijn eigen zaken. Maar dat is niet voor iedereen haalbaar, legt Bart uit. “Sommige mensen beschikken niet over de juiste kennis of vaardigheden, hebben geen sociaal vangnet en/of kampen met psychosociale problemen. Denk aan iemand met een beperking die er alleen voor komt te staan, iemand met mentale problemen of een verslaving. Als er ook nog een taalbarrière is, wordt de miscommunicatie alleen maar groter. Dan lopen mensen vast in een systeem dat niet op hen is ingericht.”
Sneller schakelen bij problemen
Het ministerie doet alles wat binnen de mogelijkheden ligt om te helpen, maar loopt soms tegen grenzen aan. Bart: “Vooral voor mensen die al kwetsbaar zijn en vaak al langer op meerdere leefgebieden vastlopen, zijn de reguliere routes meestal niet genoeg. Juist dan is goede samenwerking met Nederlandse organisaties belangrijk. Via het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek van PMM kunnen we op elk moment de hulp van PMM inschakelen. Dat helpt onder andere om beter aan te sluiten op wat iemand na terugkeer nodig heeft.”
Samen leren van complexe situaties
Daarnaast ziet Bart kansen om samen met PMM en andere betrokken organisaties te leren van situaties die vastlopen. “Soms komen we binnen onze eigen kaders en contacten niet verder. PMM biedt dan een netwerk waarin we dit kunnen bespreken en naar nieuwe oplossingen zoeken. Zo leren we van de praktijk en van elkaar.”
Die samenwerking kan volgens hem ook helpen om misverstanden over de rol van het ministerie van Buitenlandse Zaken weg te nemen. “Regelmatig leeft het beeld dat wij mensen zomaar terugsturen naar Nederland en dat gemeenten het verder maar moeten oplossen. Dat klopt niet. We proberen juist méér te doen dan strikt onze verantwoordelijkheid is, omdat we zien dat casussen blijven hangen als de aansluiting in Nederland ontbreekt.” Daarom is helderheid over rollen en verantwoordelijkheden belangrijk. “Door beter samen te werken, verklein je de kans op miscommunicatie en verkeerde verwachtingen.”
Mensen helpen om weer verder te kunnen
Bart verwacht dat deelname aan PMM vooral zal zorgen voor meer snelheid in het oplossen van complexe situaties en een betere samenwerking. “Wij brengen kennis in over situaties in het buitenland, PMM brengt het netwerk en de ervaring in Nederland. Samen vergroten we de kans dat iemand niet tussen wal en schip raakt. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: mensen helpen om weer verder te kunnen.”
Hij hoopt dat meer organisaties zich bij PMM aansluiten. “Het is waardevol om samen te leren van de praktijk. Je leert elkaars wereld kennen, ziet waar het schuurt en ontdekt hoe je elkaar kunt versterken. Voor BZ is het netwerk van PMM een manier om de brug naar Nederland te slaan, en ik denk dat veel andere organisaties daar ook profijt van kunnen hebben.”