Remi Langenberg werkt al 45 jaar voor de overheid. In die tijd maakte hij mee hoe beleid wisselde, systemen veranderden en digitalisering steeds meer terrein won. Ontwikkelingen die veel hebben gebracht, maar ook een schaduwkant kennen. Bijvoorbeeld bij schulden: regels die op papier logisch zijn, maar die zonder samenhang en overzicht kunnen zorgen dat problemen zich opstapelen. Zijn droom: overheidsdiensten die bij schulden samen optrekken, zodat mensen weer perspectief krijgen.

Bij het CAK werkt Remi aan verschillende regelingen die raken aan zorg, welzijn en bestaanszekerheid. Eén daarvan raakt hem al jaren: de achterstandsregeling zorgverzekering, voor mensen met een achterstand in de zorgpremie. “Eerlijk gezegd is het een nare regeling,” zegt hij. “Als iemand zes maanden geen zorgpremie betaalt, wordt diegene bij ons aangemeld. Wij nemen de inning over en verhogen de premie met een boete.” In Remi’s ogen is het een vorm van een ‘boete op armoede’. “Mensen die al weinig hebben, krijgen er zo nóg een straf bovenop.”

Wanneer regels mensen vastzetten

De mensen die in deze regeling terechtkomen, hebben vrijwel allemaal een laag inkomen en weinig financiële ruimte. “Ons doel is om deze regeling voor zo min mogelijk mensen toe te passen,” zegt hij. “En als iemand er eenmaal in zit, willen we hem of haar er zo snel mogelijk weer uit helpen.” Tegelijk bleef de vraag knagen of het systeem in de praktijk wel doet wat het beoogt.

Om daar zicht op te krijgen, dook hij een aantal jaar geleden in het bestand met mensen die onder de regeling vielen. Daardoor werd hem pas écht duidelijk wat de gevolgen zijn. “Ik zag mensen die al meer dan tien jaar in die boeteregeling zaten. Dat moeten we niet willen. Als overheid moeten we stoppen met denken vanuit spreadsheets. We moeten véél beter kijken naar wat dit in het dagelijks leven van mensen betekent én hoe we hen weer vooruit kunnen helpen.”

Wat er achter cijfers schuilgaat

Samen met collega’s besloot Remi een kleine groep mensen uit Amsterdam te onderzoeken. Eerst brachten ze hun schuldsituatie in kaart. “We wilden weten: gaat het alleen om de zorgpremie, of speelt er veel meer?” Het antwoord was pijnlijk: iedereen uit deze steekproef had schulden van tienduizenden euro’s. “Toen wisten we: dit zijn mensen die je niet met één maatregel kunt helpen.” Samen met de gemeentelijke ombudsman gingen ze bij hen langs. Letterlijk. “We hebben aangebeld, zonder te weten of mensen open zouden doen. Gelukkig deden de meesten dat wel.”

Daar werd zichtbaar wat cijfers alleen niet laten zien: de verhalen achter de schuld. “Bij iedereen was er een ingrijpende gebeurtenis geweest die het begin vormde van de problemen, zoals ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een sterfgeval. En toch zaten ze soms al jaren vast in de achterstandsregeling.” Voor Remi werd daar ook duidelijk wat hier eigenlijk nodig is. “Bij zulke schulden is er maar één weg vooruit: een goede schuldsanering, zodat mensen weer met een schone lei kunnen beginnen.”

Dat vraagt om overheidsdiensten die samen optrekken en het overzicht delen. In de praktijk gebeurde dat nog onvoldoende. Hoewel het hulpaanbod er was, bereikten deze mensen de schuldhulpverlening niet, doordat geen van de schuldeisers het volledige beeld had en de gemeente simpelweg te weinig afwist van hun situatie.

Gegevens delen als sleutel tot hulp

Remi liet het daar niet bij zitten. Samen met collega’s legde hij de signalen neer bij het ministerie van VWS. “Het ministerie heeft toen echt goed gehandeld,” vertelt hij. Het CAK kreeg als enige rijksdienst de bevoegdheid om gegevens van mensen met een achterstand in de zorgpremie te delen met gemeenten. “Dat maakt veel verschil,” zegt hij. “Gemeenten kunnen mensen nu actief benaderen: bellen of langsgaan. Zo proberen we letterlijk een voet tussen de deur te krijgen om hulp aan te bieden.” Dat werkt, benadrukt hij — en het laat zien wat er mogelijk is als gegevens wél gedeeld worden.

Precies daar wringt het nog vaak, vervolgt Remi. Schulden blijven zelden beperkt tot één partij. “Deze mensen hebben vaak ook schulden bij het CJIB, de Belastingdienst en Dienst Toeslagen.” Maar die organisaties mogen hun gegevens niet onderling uitwisselen. “Het gevolg is dat we allemaal los van elkaar proberen te innen.”

Die versnippering heeft grote gevolgen. “We garanderen niet dat het bestaansminimum van mensen wordt beschermd. Iedere organisatie handelt voor zichzelf, met het risico dat mensen financieel steeds verder in de knel komen.” Daarom droomt Remi van een sociaal domein waarin publieke dienstverleners gegevens mogen delen en als één schuldeiser naar inwoners optreden, waardoor inwoners sneller, gerichter en met meer samenhang geholpen worden.

Politieke wil en oog voor de uitvoering

Wat daarvoor nodig is? “Politieke wil,” stelt Remi. “Uiteindelijk is het aan de Tweede Kamer om die wettelijke ruimte te geven.” Die keuzes bepalen wat rijksorganisaties kunnen en mogen doen. Dat wordt extra urgent nu de overheid steeds verder digitaliseert. “Voor het grootste deel van de bevolking werkt dat prima,” legt hij uit. “Maar er is ook een groep die hier niet in mee kan. Denk aan mensen met beperkte digitale vaardigheden, taalproblemen, psychische kwetsbaarheid of complexe schulden. Juist daar kan het misgaan.”

Remi pleit voor een andere balans: “Digitalisering waar het kan, maar meer aandacht voor het menselijke karakter en het ambacht in de uitvoering.” Voor mensen die niet zelf kunnen meekomen is die persoonlijke benadering geen luxe maar een randvoorwaarde. Dat vraagt om ruimte voor maatwerk en om professionals die signalen kunnen oppikken voordat problemen escaleren. Remi wijst daarbij nadrukkelijk op uitvoeringsmedewerkers bij gemeenten, vooral in het klantcontact. “Zij zijn de ogen en oren van de overheid, maar worden vaak ondergewaardeerd.”

Blijven geloven in verandering

Verandering kost tijd. Remi hoopt dat we ons daardoor in het sociaal domein niet laten ontmoedigen. Die overtuiging kenmerkt ook zijn eigen loopbaan: hij werkt nog steeds heel graag bij de overheid. “Zolang we als overheidsmedewerkers bereid zijn om samen verantwoordelijkheid te nemen en samen te handelen,” besluit hij, “kunnen we voorkomen dat mensen verder vastlopen. Dat is uiteindelijk mijn droom: een overheid waarbinnen we samen met inwoners werken aan perspectief en vooruitgang, en zo echt het goede voor hen kunnen doen.”

Benieuwd naar de dromen van andere professionals?

Hoe kunnen we inwoners sneller en beter helpen? En wat is daarvoor nodig in beleid, uitvoering en samenwerking? In de inspiratiebundel Dromen met open ogen delen professionals uit gemeenten, ministeries, publieke dienstverleners en maatschappelijke organisaties hun droom voor een beter en menselijker sociaal domein. Download de inspiratiebundel 'Dromen met open ogen' en laat je inspireren door hun verhalen, ervaringen en dromen!