Als Alice Beldman vrijuit mag dromen, dan droomt ze gróót. Van een eerlijke verdeling van welvaart. Van een wereld waarin niemand hoeft te vluchten, omdat veiligheid, zorg en bestaanszekerheid vanzelfsprekend zijn. En van wereldvrede. “Eigenlijk hoef ik dan niet verder te dromen,” zegt ze, “want dan zou alles wat ik wens voor mensen én ons land in één klap zijn opgelost.”

Maar zolang wereldvrede een luchtkasteel blijft en Nederland er een kamer huurt, droomt Alice ook verder. Van een land waarin we met elkaar het verschil willen maken voor de mensen voor wie dat het hardst nodig is. En van politici en bestuurders die zich laten leiden door een ethisch kompas in plaats van door economische belangen, angst of kortetermijndenken.

Menselijkheid in een systeem dat kraakt

Als afdelingsmanager van de Medische Opvang Ongedocumenteerden (MOO) bij het ASKV, een landelijke organisatie die zich inzet voor mensen zonder verblijfsvergunning, staat Alice midden in een praktijk waar dromen en werkelijkheid elkaar raken én schuren. Precies dat typeert haar werk: doen wat wél kan in een systeem dat vaak tekortschiet. Een praktijk waarin overwinningen – hoe klein ook – worden gevierd, maar waarin steeds weer dezelfde vraag terugkomt: wat is er nodig om de menselijkheid overeind te houden, juist wanneer systemen dat niet doen?

Van pilot naar landelijke opvang

Die vraag houdt Alice al heel lang bezig. Zo’n vijftien jaar geleden zag ze op een inloopspreekuur van ASKV steeds vaker mensen met ernstige psychiatrische problematiek. “Dan moet je denken aan psychoses, schizofrenie of zware PTSS,” vertelt ze. “Deze mensen hadden vaak geen onderdak, maar ook geen toegang tot zorg. Eigenlijk hadden ze helemaal niets.”

Soms stonden ze daar met niet meer dan een Albert Heijn-tas vol medicatie. “Je zag: er is psychisch iets aan de hand. Maar verder kwam het niet.” Pogingen om hen in een zorgtraject te krijgen liepen vast. Zonder opvang, zo kregen ze te horen, konden zorginstellingen niets betekenen.

ASKV startte met een kleine pilot waarin mensen wél een veilige plek kregen. Vanuit die stabiliteit werd gewerkt aan toegang tot zorg. “Dat ging niet vanzelf,” zegt Alice. “We moesten overal uitleggen waarom dit nodig was, waarom deze mensen niet konden wachten. Maar uiteindelijk lukte het.”

Uit die pilot ontstond de MOO, die inmiddels een landelijke functie heeft en opvang en begeleiding biedt aan tachtig ongedocumenteerden met ernstige psychische en/of lichamelijke problemen. Op twee locaties in Amsterdam – zestig plekken in Nieuw-West en twintig in Noord, waar intensievere 24-uursbegeleiding mogelijk is – krijgen mensen een veilige woonplek en ondersteuning op medisch, maatschappelijk en juridisch vlak.

Alice: “We vangen mensen op uit Maastricht, Groningen – eigenlijk uit het hele land. Deze problematiek houdt zich niet aan regiogrenzen.” MOO helpt hen om hun situatie te stabiliseren, hun zelfstandigheid te vergroten en te werken aan een toekomst, in Nederland of elders.

Dromen van een gastvrij Nederland

Toen Alice eind jaren negentig begon te werken met vluchtelingen, zag Nederland er anders uit. “Ik ervoer ons land toen als relatief gastvrij,” vertelt ze. “Vluchtelingen waren welkom, buren stonden voor ze klaar en er was ruimte voor integratie.” In de jaren die volgden veranderde dat. “De ruimte werd kleiner, de toon harder. Als ik eerlijk ben, heb ik vooral verscherping gezien. Ik hoop oprecht dat we nu het dieptepunt van de haat tegen vluchtelingen hebben bereikt.”

Het huidige harde sentiment staat haaks op het Nederland waar Alice van droomt: een gastvrij land dat mensen niet reduceert tot dossiers of procedures, maar hen wil begrijpen en helpen. “Mensen komen hier omdat ze vluchten voor oorlog of geweld, of omdat ze hopen op een betere toekomst. Daar zouden we veel meer begrip voor moeten hebben.” Dat betekent overigens niet dat Alice vindt dat iedereen per definitie hier moet blijven. “Ook terugkeer naar het land van herkomst kan helpend zijn. Maar dat moet wel zorgvuldig, en menselijk.”

De verhalen die we elkaar vertellen

Het maatschappelijke onbegrip wordt volgens Alice versterkt door de manier waarop er over asielzoekers gepraat wordt. “Je kunt geen nieuwszender aanzetten of asiel wordt in één adem genoemd met problemen,” zegt ze. “Het voelt alsof alles wat misgaat in Nederland wordt afgewenteld op asielzoekers.” Ze begrijpt dat gesprekken over draagkracht nodig zijn, maar niet op deze manier. “Je kunt niet alle problemen neerleggen bij mensen die zelf uit extreem moeilijke omstandigheden komen. Toch is dat nu vaak het dominante verhaal.”

Daarin ziet ze een duidelijke verantwoordelijkheid voor politieke leiders en bestuurders. “Het is hun taak om te normeren, om een weerwoord te geven.” In plaats daarvan gebeurt het tegenovergestelde, stelt Alice: “Politici durven nauwelijks nog te leiden. Ze praten het volk na, ook als het volk geen gelijk heeft. Dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling.”

Varen op een ethisch kompas

Wie echt wil begrijpen waarom mensen hun land verlaten, moet volgens Alice verder durven kijken. “Ik denk dat het kapitalistische systeem, dat nu de norm is, een groot deel van het probleem vormt.” Dat raakt aan verantwoordelijkheid. Aan macht. “Als we iets willen doen aan ongelijkheid, of aan de redenen waarom mensen uit Afrika naar Europa vluchten, dan kom je al snel uit bij westerse machthebbers en economische belangen.”

Hier ziet Alice een belangrijke rol voor mensen in invloedrijke posities. Zij kunnen wél het verschil maken, daarvan is ze overtuigd. “Ik droom van leiders die varen op een ethisch kompas en zich minder laten leiden door economische belangen of kortetermijnpolitiek. Leiders die dat niet alleen zeggen, maar er ook echt voor durven te staan.”

Doorbeuken waar rolluiken dichtgaan

In haar dagelijkse werk ervaart Alice hoe hard systemen kunnen zijn. “Zodra iemand ongedocumenteerd is en geen BSN-nummer heeft, gaan overal de rolluiken dicht.” Haar werk vraagt om doorzettingsvermogen. “We zijn een hecht en gedreven team. Dit is geen werk waarin je één telefoontje pleegt en klaar bent. Als je denkt: ‘waarom zou ik me hier druk om maken?’, dan red je het hier niet. Maar voor mij geldt: hoe meer tegengas ik krijg, hoe gemotiveerder ik word.”

Ze vertelt over een vrouw uit Oeganda die daar in levensgevaar verkeerde en zware trauma’s had opgelopen. “In Nederland was ze binnen een paar maanden uitgeprocedeerd.” ASKV ving haar op. “Via therapie kwam haar verhaal boven tafel en kon een herhaalde asielaanvraag worden ingediend. Die werd ingewilligd.”

Ook herinnert ze zich een vrouw die in een psychose naakt van de snelweg werd gehaald. “We hebben haar begeleid en gestabiliseerd. Inmiddels is ze terug bij haar kinderen in Ghana. Dat zijn de momenten waarvoor je het doet...”

De kracht van het kleine

Zolang haar grote dromen — wereldvrede, rechtvaardigheid en een eerlijke verdeling van welvaart — buiten bereik blijven, gelooft Alice steeds sterker in de kracht van het kleine. Voor haar is de MOO een plek waar menselijkheid het uitgangspunt is. Waar mensen niet eerst hoeven bewijzen dat ze recht hebben op zorg, maar waar zorg begint bij erkenning.

“Weliswaar op kleine schaal, maar wel echt,” zegt ze. “Doen wat binnen je macht ligt, samen met anderen die hetzelfde willen.” Dat betekent: opvang organiseren waar die ontbreekt. Doorzetten waar systemen stoppen. En vasthouden aan een ethisch kompas, ook als de wereld om je heen verhardt. “Je kunt niet alles oplossen,” besluit Alice. “Maar je kunt wél verschil maken. Al is het maar voor één iemand.”

Benieuwd naar de dromen van andere professionals?

Hoe kunnen we inwoners sneller en beter helpen? En wat is daarvoor nodig in beleid, uitvoering en samenwerking? In de inspiratiebundel Dromen met open ogen delen professionals uit gemeenten, ministeries, publieke dienstverleners en maatschappelijke organisaties hun droom voor een beter en menselijker sociaal domein. Download de inspiratiebundel 'Dromen met open ogen' en laat je inspireren door hun verhalen, ervaringen en dromen!