Steeds meer gemeenten wijzen maatwerkprofessionals aan om complexe casuïstiek aan te pakken. Veel van deze professionals sluiten zich aan bij PMM. Dat is goed nieuws, want zo kunnen zij samen werken aan het doorbreken van multiprobleemsituaties. In deze rubriek delen maatwerkprofessionals uit het hele land hun ervaringen aan de hand van tien vragen. Dit keer is dat Lianne Bruné-Looijestijn, maatwerkregisseur bij het Maatwerkexpertiseteam (MET) bij gemeente Haarlemmermeer.
1. Wat houdt jouw functie precies in en hoe geef je die rol vorm?
“Mijn werk als maatwerkregisseur begint op het moment dat een professional vastloopt. Ik help om een impasse te doorbreken, partijen bij elkaar te brengen en opnieuw te kijken naar wat een inwoner nodig heeft. Ik ben dus geen klassieke casemanager, maar iemand die ondersteunt, verbindt en zo nodig beweging organiseert. Ik werk vanuit drie ‘smaken’: informatie en advies, procesregie en de Doorbraakmethode, een methode waarbij we uitgaan van het perspectief van de bewoner en van daaruit zoeken naar wat wél kan. Soms helpt één telefoongesprek al om een professional verder te helpen. Soms is er meer nodig en komt een casus in een intern aanmeldoverleg terecht. Daar kijken we of procesregie nodig is en of we de Doorbraakmethode inzetten. Als procesregisseur zit je dit multidisciplinaire overleg voor en bewaak je het proces waarbij de aanwezige professionals tot een gedragen plan komen. Kiezen we voor de Doorbraakmethode, dan gaan we op huisbezoek om het perspectief van de bewoner op te halen en de situatie door te spreken. Hierdoor krijgt de inwoner de regie om ook zelf aan de slag te gaan met de oplossing.
Als ik een oproep mag doen aan professionals: trek op tijd aan de bel bij een maatwerkregisseur, wacht niet te lang. Je kunt beter één keer te veel dan één keer te weinig bellen. Nu krijgen we casussen vaak pas als het ‘code rood’ is.”
2. Welke rol speelt maatwerk in jouw werk en welke ontwikkelingen zie je?
“Ik merk dat het helpt om te beginnen bij het perspectief van de inwoner. Daardoor luister je niet meteen naar het perspectief van de hulpverleners. Dat vraagt soms om een andere werkvolgorde dan professionals gewend zijn. Niet eerst systemen en regels, maar eerst begrijpen wat voor deze inwoner wél werkt. De Doorbraakmethode helpt daarbij, omdat je heel bewust en systematisch toewerkt naar een oplossing die aansluit bij wat iemand zelf wil bereiken. Het geeft houvast om onderbouwd en navolgbaar maatwerk te leveren.”
3. Heb je het gevoel dat jij en je collega’s als maatwerkprofessional echt verschil kunnen maken?
“Zeker. Alleen al door met professionals mee te denken, ontstaat vaak meer ruimte. Soms kan het gewoon door alleen maar even met elkaar te sparren. Dan voelen professionals zich al gesteund. Daarnaast zie je dat maatwerk het verschil maakt als partijen vastzitten in hun eigen rol of in een negatief beeld van een inwoner. Dan helpt het om blokkades weg te nemen, ruimte te organiseren en opnieuw te kijken wat nodig is. Niet alles zelf oplossen dus, maar wel zorgen dat er weer beweging komt. Dat pasten we toe bij een vrouw met complexe problematiek die al lange tijd overlast veroorzaakte. Ze had meerdere mislukte hulptrajecten achter de rug, waardoor het vertrouwen in een nieuwe aanpak laag was. Toch bleef het betrokken team, samen met ambulante begeleiding, zoeken naar een opening. Door goed samen te werken, het bestaande netwerk te behouden en maatwerk te leveren, kwam er opnieuw beweging. Ze kreeg een plek in een behandelcentrum met aansluitend een verblijf in een safehouse. Belangrijk was dat niet alles dichtgetimmerd werd met garanties, maar dat er een realistisch plan lag waarin partijen paraat stonden als het mis zou gaan. Inmiddels werkt ze in een safehouse verder aan haar vaardigheden, met uitzicht op begeleid wonen. Wat eerst kansloos leek, kreeg zo toch een positievere wending.”
4. Tegen welke uitdagingen lopen jullie aan bij het leveren van maatwerk?
“De grootste uitdagingen zitten in de spanning tussen regels en ruimte die nodig is om een probleem op te lossen: privacy-regels, gebrek aan mandaat en de druk van de dagelijkse praktijk. We moeten ons aan de wet houden. Maar soms helpt het als je nét iets meer ruimte geeft. Er zijn situaties wanneer inwoners door stress of beperkte vaardigheden bepaalde stukken niet op tijd kunnen aanleveren. Als je dan strikt vasthoudt aan termijnen en geen rekening houdt met de situatie, ontstaan juist grotere problemen, zoals schulden of stilvallende ondersteuning.”
5. Welke instrumenten van PMM verwacht je vooral te gaan gebruiken?
“Het Landelijk Maatwerkloket sowieso. Tijdens een contact met PMM kreeg ik een aantal directe telefoonnummers. Zo ben ik één telefoontje verwijderd van directe hulp bij casussen. Ik hou van korte lijntjes. Het Maatwerkregister gebruik ik zelf niet rechtstreeks; binnen onze gemeente is daarvoor een kwaliteitsmedewerker aangewezen.”
6. Werken jullie al samen met andere professionals binnen het PMM-netwerk?
“Ja. Ik bezoek bijeenkomsten en trainingen en gebruik die contacten ook weer binnen onze gemeente. Zo kwam ik tijdens een netwerkbijeenkomst in contact met mensen van de Belastingdienst. Dat contact hielp later weer om de Belastingdienst en mijn collega’s van de afdeling Schuldhulpverlening aan elkaar te koppelen. Ook in lopende casussen zoek ik verbinding met professionals buiten de eigen gemeente. Als we dat allemaal doen, hoeft niemand steeds opnieuw het wiel uit te vinden.”
7. Wat verraste of inspireerde jou daarin het meest?
“Vooral het persoonlijke contact maakt indruk. Als mensen elkaar eenmaal kennen, blijkt er vaak meer mogelijk dan je vooraf denkt. Wat mij tegelijk opvalt, is dat er tijdens die bijeenkomsten soms te weinig tijd is voor dat echte gesprek. De presentaties krijgen daar veel ruimte, terwijl juist de ontmoeting en het uitwisselen van ervaringen inspireren. Juist daar zit de meerwaarde: ontdekken wat er elders al bestaat, wie je kunt bellen en hoe je elkaar verder helpt.”
8. Wat heeft jouw gemeente nodig om nog beter en sneller maatwerk te kunnen bieden?
“Eerder signaleren en maatwerkprofessionals eerder inschakelen, daar begint het mee. Casussen komen nu vaak pas laat binnen, terwijl juist aan de voorkant winst te behalen is. Daarnaast werken we aan betere bekendheid van de rol van maatwerkregisseur, binnen én buiten de gemeente. Wat niet helpt is personeelsverloop, kennis gaat hierdoor snel verloren.”
9. Hoe voorkom je dat je in de reddersdriehoek stapt en te veel verantwoordelijkheden van een inwoner overneemt, in plaats van inwoners weer zelfredzaam te maken?
“Dat blijft een lastige afweging, zeker voor mensen die graag willen helpen. Je merkt dat sommige inwoners heel sterk een beroep doen op het verantwoordelijkheidsgevoel van professionals. Dat vraagt bewustzijn. Zelf heb ik daar een trucje voor bedacht: als ik voel dat ik te veel in het probleem van een ander wordt getrokken, pak ik even mijn ketting vast. Dat helpt me om te ‘aarden’, afstand te nemen en tegen mezelf te zeggen: meedenken mag, overnemen van het probleem niet. Dat is vooral een kwestie van blijven oefenen.”
10. Welke vraag zou jij willen voorleggen aan een volgende maatwerkprofessional?
“Wat vind jij de juiste positionering van de maatwerkregisseur binnen de organisatie? Ons team is onderdeel van een van de clusters in het sociaal domein, maar het is soms lastig te verbinden naar andere organisatieonderdelen. Daardoor ontbreekt soms de aansluiting met collega’s en de dagelijkse praktijk. In welke positie kan de maatwerkregisseur zowel goed ingebed als overstijgend werken?