Veel gemeenten en uitvoeringsorganisaties wijzen een maatwerkprofessional aan om complexe casuïstiek aan te pakken. En een groeiend aantal gemeenten sluit zich aan bij PMM. Dat is goed nieuws, want zo kunnen ze hun krachten bundelen en samen werken aan het doorbreken van multiprobleemsituaties. In deze rubriek delen maatwerkprofessionals uit het hele land hun ervaringen. Vandaag geven we het woord aan Kim Riekerk, werkzaam als Coördinator Thuis in de Wijk bij de gemeente ’s-Hertogenbosch.
1. Wat houdt jouw functie precies in en hoe geef je deze rol vorm?
“Als coördinator van Thuis in de Wijk in Den Bosch richt ik me op maatwerkoplossingen en doorbraken bij complexe casussen. Ik zit twee netwerken voor van uitvoerders uit verschillende organisaties, zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties, GGZ, verslavingszorg en gehandicaptenzorg en help mee om maatwerk toe te passen en tot een doorbraak te komen. Samen bespreken we casussen en zoeken we naar oplossingen. Soms verwijzen we door naar bestaande oplossingen, andere keren bepalen we met elkaar wat nodig is en maken we een maatwerkplan. Zo hielp ik eens een man met een ziekelijke verzameldrang aan een omheinde plek met een kamer en elektra, waar hij – binnen deze kaders – zijn gang kon gaan.
Daarnaast werk ik aan de ontwikkeling van een lerende organisatie en de integratie van een interne en externe doorbraaktafel. Samen met een projectleider van het doorbraakteam van onze gemeente zorg ik voor efficiëntie, benodigde middelen en opleidingen. Bij alles wat ik doe, is het mijn doel om de samenwerking tussen organisaties te verbeteren en een gezamenlijke visie op maatwerk te ontwikkelen.”
2. Welke rol speelt maatwerk in jouw organisatie, en zie je ontwikkelingen?
“In Den Bosch doen we het over het algemeen goed op het gebied van maatwerk. Ons doorbraakteam is ontstaan uit de behoefte om maatwerk te leveren en we hebben voldoende voorzieningen. Voor de meeste inwoners is het bestaande beleid en de regelgeving namelijk voldoende, maar voor een klein deel blijft het lastig om zaken goed te regelen. Dit komt vaak door gedrag, woningtekort, personeelstekort, financiële problemen en financieringsstromen die niet goed op elkaar aansluiten. Hierdoor vallen sommige mensen tussen wal en schip: ze passen net niet in Wlz of Wmo en zijn uitbehandeld. Wat doe je dan? Hoe zorg je voor minder overlast? Ik krijg de indruk dat deze groep groeit en dat probleemsituaties complexer worden. Tegelijkertijd vind ik dit lastig: is er daadwerkelijk sprake van groei, of komt het doordat ik proactief steeds meer casussen aan het verzamelen ben? Zelf zie ik in elk geval dat maatwerk steeds vaker nodig is, zowel bij mij aan tafel als bij reguliere voorzieningen.”
3. Heb je het gevoel dat je als maatwerkprofessional een verschil kunt maken en zo ja, kun je voorbeelden geven?
“Ja, bij de meeste casussen wel. Ik heb bijna 100 casussen behandeld, waarvan een derde doorbraakcasussen waren en de rest een doorverwijzing of advies. We willen geen olifantenpaadje zijn, en proberen het altijd eerst te zoeken in reguliere oplossingen. Uiteindelijk is ons doel om vanuit betrokkenheid en motivatie hulpverleners en inwoners die vastlopen te helpen. Zo was er laatst een echtpaar met een verstandelijke beperking dat veel dieren hield, wat de buren veel overlast bezorgde door lawaai en stank. Na tien jaar was de buurt het zat. Toen bedachten we een plan: een hondencoach en begeleiding voor het echtpaar om hun te leren hoe ze beter voor de honden konden zorgen. Na driekwart jaar waren er geen klachten meer en herstelde het contact met de buren. Dat was een mooie uitkomst!
Nog een succes waar ik trots op ben, is de doorbraak voor een verstandelijk beperkte vrouw met psychiatrische problemen en verslaving. Haar gedrag was te ingewikkeld voor de begeleiders van haar woonplek. We zetten een zzp’er in met expertise in verstandelijke beperkingen die contact kon maken en coaching gaf. Na drie maanden was er een merkbaar verschil, en de kosten waren het zeker waard. Bovendien heeft dit niet alleen haar, maar ook het team geholpen beter om te gaan met zulke situaties. En de zzp’er heeft uiteindelijk een baan gekregen bij de desbetreffende instelling.
Tegelijkertijd zie je dat, ondanks alle goede bedoelingen, het soms ook niet werkt. Zo was er een 80-jarige vrouw die al 25 jaar lang de hele dag door huisartsen, crisisdiensten en 112 belde. Ze ging niet meer naar buiten, had psychiatrische problemen en een versleten knie. Ze belde om de boodschappen, waarop hulpdiensten een half jaar boodschappen voor haar deden, maar dit was niet vol te houden. Bovendien was het probleem eigenlijk niet opgelost want ze bleef een beroep doen op andere instanties. Uiteindelijk hebben we betaalde ondersteuning ingezet door een aparte telefoonlijn op te zetten en een extern persoon in te huren voor de boodschappen.”
4. Zijn er uitdagingen waar je bij het bieden van maatwerk tegenaan loopt en zo ja, hoe ga je daarmee om?
“De lerende organisatie vind ik lastig. Ik moet veel regelen met uitvoerders. Onlangs was er een casus van iemand die vermoedelijk verstandelijk beperkt was, maar hij zat bij een GGZ-instelling waar hij niet kon meekomen. Bij de daklozenopvang kon hij ook niet terecht vanwege zijn gedrag. Hij belandde in de ‘maatwerkcarrousel’, maar zonder diagnose was het niet mogelijk een maatwerkbudget in te zetten bij de juiste instelling. We spraken met teammanagers, die zonder WLZ-indicatie echter geen risico wilden nemen. De samenwerking liep vast. De GGZ voelde zich alleen, de daklozenopvang wilde afhaken, en andere instellingen voor verstandelijke beperkingen wilden niet verder, zelfs niet met gemeentelijke garantie. Dat is ontzettend jammer.
Toen ik begon, dacht ik dat wij uitvoerders het verschil konden maken. Vaak kan dat inderdaad op casusniveau, maar voor structurele veranderingen zijn bestuurders aan zet. Dus ja, maatwerk heeft zeker een plek en wordt steeds belangrijker. Tegelijkertijd hoop ik dat bestuurders in de zorgsector en het sociaal domein zich nog meer bewust worden van het belang van maatwerk en hun rol hierin. Dit is een landelijke beweging waaraan iedereen moet meedoen en we echt moeten samenwerken."
5. Wat was jouw motivatie om je aan te sluiten bij het PMM-netwerk?
“Dat weet ik niet zo goed, mijn voorganger heeft dat geregeld. Zij merkte destijds op dat niet overal maatwerk kon worden toegepast. Ik kan me voorstellen dat dat een beweegreden is geweest om aansluiting te zoeken bij PMM. En als ik voor mezelf spreek: ik vind het heel waardevol om toegang te hebben tot een landelijk netwerk. Niet alles valt lokaal op te lossen. Vooral bij casuïstiek met betrekking op de Wet langdurige zorg (Wlz) vind ik het heel fijn dat ik adviezen kan krijgen van het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek en toegang heb tot het Maatwerkregister. Ik zet me ook graag in om meer bekendheid te geven aan PMM en krijg daarop positieve reacties.”
6. Welke PMM-instrumenten hebben je het meest geholpen bij het aanpakken van multiprobleemsituaties, en kun je hier een voorbeeld van geven?
“Ik gebruik PMM op allerlei manieren. Zo raadpleeg ik de regievoerders voor advies bij complexe casussen en gebruik ik de chat voor vragen. Zo kon ik op die manier een tolk regelen die een Afrikaans dialect sprak, en voor Oekraïense weeskinderen heb ik via de chat ervaringen en tips gekregen. Ook volg ik bijeenkomsten en workshops die PMM aanbiedt.
Verder zet ik mij ook in voor het PMM-netwerk, momenteel bij een Romagezin dat vastloopt. Via ons netwerk vonden we iemand die ervaring had met Romagezinnen en kon helpen om bestuurders en betrokken partijen op één lijn te krijgen. Hoewel we niet verwachten dat dit de probleemsituatie volledig zal rechttrekken, kunnen we wel kijken wat er nodig is voor betere communicatie en het vinden van gemeenschappelijke belangen.”
7. Werk je samen met andere professionals binnen het PMM-netwerk? En zo ja, kun je je ervaringen en eventuele meerwaarde hiervan delen?
“Ik werk niet structureel met andere professionals binnen het netwerk samen. Wel raadpleeg ik de regievoerders van PMM als iets niet lokaal op te lossen is of vraag om advies als ik moet opschalen, maar dit doe ik niet wekelijks of maandelijks. En hoewel het niet altijd tot een vervolg binnen PMM leidt, helpen zij me altijd weer een stapje verder.”
8. Welke resultaten of inzichten uit het PMM-netwerk hebben je het meest verrast of geïnspireerd?
“Ik ben blij te merken dat iedere organisatie wel iets met maatwerk doet. Bij DUO, het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en de Belastingdienst zie je allemaal dezelfde principes. Ook bij een recente UWV-bijeenkomst over maatwerk merkte ik hoe goed het is dat er aandacht voor is. Hoewel maatwerkfuncties bij iedere gemeente of uitvoeringsorganisatie weer anders worden genoemd – bij de een procescoördinator, bij de ander regisseur – lopen we allemaal tegen dezelfde inhoudelijke en praktische uitdagingen aan. Het is heel waardevol om successen en problemen te delen, en van elkaar te leren!”
9. Wat heb jij nodig om nog sneller en beter maatwerk te kunnen bieden om vastgelopen multiprobleemsituaties te doorbreken?
“Op operationeel en tactisch niveau, dus bij de uitvoering en de teammanagers, gaat het meestal goed. Maar zoals ik al zei, ligt een groot deel van het probleem volgens mij bij de bestuurders. Zij staan vaak veel verder af van wat er speelt. Ik begrijp dat zij de budgetten en financiën moeten bewaken, maar het zou helpen als ze meer zouden vertrouwen op de uitvoering en zich zouden richten op goede samenwerking. In plaats van de focus op grote uitgaven, kunnen ze beter kijken hoe we op de lange termijn kunnen besparen. Het gaat om een goede kosten-batenanalyse en het opbouwen van vertrouwen in de organisatie en de mensen die er werken.”
10. Welke vraag zou jij willen voorleggen aan een volgende maatwerkprofessional? En wie heb je in gedachten?
“Ik ben benieuwd naar de zorgkantoren binnen het PMM-netwerk. Ik ken de maatwerkprofessionals daar niet bij naam, maar ik weet dat maatwerk daar vaak best ingewikkeld is, dus ik ben benieuwd naar wat de professionals daar nodig hebben om beter maatwerk te kunnen bieden. Mijn vraag zou zijn: ‘Wat zijn de grootste knelpunten voor jullie bij het bieden van maatwerk? Waar lopen jullie tegenaan en wat kunnen wij als gemeente doen om jullie te ondersteunen?’ Ik zou vooral willen weten wat hun uitdagingen zijn en hoe ze hun werk kunnen verbeteren. Soms lijkt het van buitenaf alsof er frustraties zijn in de samenwerking, en ik zou graag willen begrijpen waar die vandaan komen en wat hun eigen ideeën zijn om dingen beter te doen. Daarnaast zou ik ook willen weten hoe deze uitvoerders, managers en bestuurders tegen maatwerk aankijken en wat zij van de samenwerking vinden.”