Onlangs verscheen in Vakblad Sociaal Werk een column van Redouan El Khayari, docent Sociale wetenschappen aan de Haagse Hogeschool en directeur van Stichting MEION. Hierin vertelt hij dat PMM een oplossing is voor bekende frustratie van sociaal werkers.

Politiek en beleid lijken onder sociaal werkers geregeld voor beroepsmatige irritaties te zorgen. Ik voer regelmatig gesprekken over de complexiteit die werken met beleid met zich meebrengt, bijvoorbeeld als het gaat om financiering, rapporteren of moeizame samenwerkingen. Tijdens die gesprekken vraag ik mijn vakgenoten naar hun positie tussen burgers en overheid.

Ik vraag hen of zij bekend zijn met Professionals Maatwerk Multiprobleemhuishoudens (PMM), een initiatief dat speciaal is ontwikkeld om professionals te ondersteunen bij het bieden van passende hulp en essentiële samenwerking bij de meest complexe casuïstiek. Verbazend genoeg is dat vaak niet zo. Terwijl deze hulpstructuur van het Rijk in samenwerking met gemeenten en landelijke uitvoerders van grote meerwaarde kan zijn, omdat hij focust op een betere samenwerking tussen professionals en overheidsdiensten die vastlopen. Die vastlopende lokale samenwerkingen zijn geregeld een struikelblok in de praktijk.

Dat onderschreef ook een collega sociaal werker die ik hierover sprak: ‘Er wordt in onze gemeente steeds meer op integraal samenwerken gestuurd. Het probleem is dat het samenwerken vaak vastloopt, omdat we in ketenteams werken waarbij ieder een ander belang heeft, een beperkt mandaat of te weinig kennis van de regels. In sommige gevallen wachten cliënten daardoor onnodig lang op ondersteuning.’ Bij multiproblematiek zijn vaak meerdere instanties en hulpverleners betrokken in een integrale aanpak. Onduidelijke regels of een beperkt mandaat kunnen voor stroeve en soms vastgelopen samenwerkingen zorgen. In dit soort situaties kan PMM helpen om helderheid te krijgen in wet- en regelgeving en/of op het gebied van financiering. De methode maakt gebruik van instrumenten zoals een masterclass maatwerk in regelgeving. Dat helpt niet alleen bij een efficiënte integrale hulpverlening, maar ook bij een betere beleidsafstemming op de behoeften van mensen.

Ik herinner me een vastgelopen casus, waarin ik de hulpverlening aan een elfjarige jongen moest onderbreken vanwege complexiteiten rond de financiering. Volgens gemeente X diende gemeente Y voor de financiering te zorgen, omdat het kind in een pleeggezin woonde binnen gemeente Y. Maar volgens die gemeente was dat de taak van de gemeente X, waar de biologische ouders woonden. Vervolgens moest ik het kind met hechtingsproblematiek vertellen dat ik hem een tijd niet kon komen opzoeken, terwijl ik net een vertrouwensband met hem had opgebouwd. Discontinuïteit in de ondersteuning tussen sociaal werkers en burgers is een van de grootse frustraties onder professionals. Tijdens een college zei een van mijn werkende studenten: ‘Als het me door hiaten in wet- en regelgeving niet lukt om iemand met multiproblematiek te helpen, voelt het soms alsof ik alleen ben. Ik denk dan: hallo, zien jullie niet dat deze persoon hulp nodig heeft?’

Ook in dit soort gevallen, dus bij de dreiging van discontinuïteit, biedt PMM instrumenten. Sociaal werkers kunnen bij het landelijk maatwerkloket aankloppen wanneer zij zelf geen oplossingen meer vinden bij vastgelopen casuïstiek. De regievoerders werken vervolgens samen met gemeenten, ministeries en uitvoerende organisaties om oplossingen te vinden. Ze onderzoeken welke mogelijk- heden er zijn en proberen steeds een aanknopingspunt te vinden waarmee de professional verder kan. PMM biedt grote voordelen voor professionals die met complexe en vastgelopen casuïstiek te maken hebben. Ze ondersteunt professionals, waardoor effectievere hulp geboden wordt en problemen op de lange termijn voorkomen. Niet alleen goed voor een persoon, maar ook voor de sociaal werker, die niet langer op zichzelf is teruggeworpen bij het dienen van het publiek belang.