Waarom worden internationale verdragen over mensen- en kinderrechten niet vaker toegepast in vastgelopen probleemsituaties? Zou het niet goed zijn om professionals aan te moedigen deze universele rechten meer te benutten? Peter Dijkstra, filosoof en hoofddocent sociaal werk bij de Hogeschool Rotterdam, en Marjan Jellema, manager van Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM), vinden van wel. In dit artikel reflecteren zij op de rol van gemeenten en opleidingen als het gaat om mensenrechten. “Professionals kunnen internationale afspraken gebruiken om buiten de grenzen van nationale wetgeving te treden. Zo kunnen we vastgelopen multiprobleemsituaties eerder en beter oplossen.”
Nederland, dat was toch dat kleine stukje aarde waar we de mensen geen wetten voorschrijven, maar in hun waarde laten? Hoewel de woorden van dit liedje zijn blijven hangen in ons collectief geheugen, ziet de dagelijkse realiteit er voor sommige mensen anders uit. Ongeveer drie tot vijf procent van de Nederlandse gezinnen worstelt met complexe multiproblematiek. Dat zijn maar liefst 75.000 tot 116.000 gezinnen die door tegenslag, verkeerde keuzes of simpelweg pech in grote problemen belanden.
Vaak heeft dit te maken met de complexiteit, de hoeveelheid en tegenstrijdigheid van wet- en regelgeving. Iedereen in ons land moet zich houden aan het Nederlandse recht: burgers, uitvoeringsorganisaties en de overheid. Dat professionals in het sociaal domein in eerste instantie naar nationale wetten kijken, is dus begrijpelijk. Maar zodra wetten en regels onduidelijk zijn of met elkaar in strijd, dan kunnen ze oplossingen in vastgelopen situaties in de weg zitten.
Vastlopen in wetten en regels
Marjan herkent deze uitdagingen in de casuïstiek die maatwerkprofessionals aandragen bij het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek van PMM. “Dit zijn stuk voor stuk moedige professionals die hun uiterste best doen en weten wat er nodig is, maar toch vastlopen in de complexiteit en overvloed aan wetten, regels, schotten en domeinen. Het zijn de zogeheten buikpijnverhalen, situaties waarin professionals het gevoel hebben: dit kan toch niet de bedoeling zijn? Daarom verbaast het me dat er in multiprobleemsituaties weinig ‘gebruikt wordt gemaakt’ van internationale verdragen.”
Volgens Peter groeit het bewustzijn onder professionals in het sociaal domein over de betekenis van mensenrechten wel, mede door gebeurtenissen zoals de toeslagenaffaire en andere maatschappelijke vraagstukken. “Toch lijkt het voor hen nog lastig om deze kwesties in hun dagelijkse werk te verbinden aan internationale verdragen. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden voor sociaal werkers ook gewoon ingewikkeld. Ze moeten omgaan met de overheid als garantie voor voorzieningen, maar ook met de politieke koers en het daaruit voortvloeiende beleid. Daardoor bevinden ze zich regelmatig in een spagaat.”
Impact van gemeentelijke decentralisatie
Volgens Peter komt het onder meer door de manier waarop gemeenten werken, dat professionals weinig gebruikmaken van internationale verdragen. “Met de decentralisatie kregen gemeenten meer zeggenschap over de besteding van middelen. Er kwamen aanbestedingen waarop ingeschreven moest worden, wat het hele sociaal domein veranderde. Sociaal werkers die voorheen bijvoorbeeld bezig waren met jongeren- of opbouwwerk binnen een stichting, moesten plotseling gaan werken vanuit een aanbesteding met een specifieke taakomschrijving. Ik heb het idee dat veel sociaal werkers sindsdien aanzienlijk meer handelen binnen de specifieke kaders die door de organisatie en aanbestedingen worden opgelegd. Dit kan tot problemen leiden, aangezien veel sociale vraagstukken vaak breder zijn dan een specifieke taakstelling en niet op korte termijn kunnen worden opgelost.”
Kracht van internationale verdragen
Juist in complexe situaties waarbij professionals vastlopen door wet- en regelgeving of bureaucratie, kunnen zij internationale mensenrechtenverdragen als leidraad gebruiken, benadrukt Peter. “Internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, bieden vaak een ruimere en diepgaandere bescherming van rechten dan nationale wetgeving. Ze stellen universele normen vast die gelden voor alle mensen, ongeacht hun nationaliteit of verblijfstatus. Dit betekent dat iedereen, inclusief mensen in kwetsbare posities, recht heeft op bepaalde fundamentele rechten. Dat geldt ook voor situaties waarbij nationale wetgeving minder duidelijk is.”
Een voorbeeld hiervan betreft situaties waarin ouders geen Nederlandse verblijfstatus hebben. Hierdoor kunnen zij volgens de nationale wet verstoken blijven van hulp, ondanks dat professionals zien hoe de situatie voor zowel ouders als kinderen verslechtert. “Dit plaatst de professional voor een lastige keuze: de kinderen kunnen gedeeltelijk geholpen worden, maar hoe doe je dit zonder ook de ouders te ondersteunen? Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind biedt duidelijke richtlijnen: het benadrukt de noodzaak om kinderen te helpen en erkent tegelijkertijd het belang van de ouders in dit proces. Dit zou alle twijfels over de rechtmatigheid van hulpverlening moeten wegnemen. Internationale verdragen hebben namelijk een hogere status dan nationale wetgeving, tenzij anders bepaald.”
"Kunnen we dat gemeenschappelijk besef van mensenrechten niet samen realiseren in het onderwijs en onder professionals?"
Rol van mensenrechten in het onderwijs
“Toch zijn mensenrechtenverdragen ook complex,” merkt Marjan op. “Terwijl de grondslag, de menselijke waardigheid, vrij duidelijk geformuleerd is. Waarom blijft de toepassing ervan dan zo ingewikkeld? En mag je van een sociaal werker verwachten dat zij de discussie aangaan over de toepassing, als er verschillend gedacht wordt over de vraag of iets mag?” Een goede vraag, vindt Peter. “Sociaal werkers hebben inderdaad vaak een kennisachterstand. Dit heeft te maken met hoe het onderwijs in het sociaal domein zich heeft ontwikkeld. In de afgelopen decennia is de aandacht voor internationale verdragen en mensenrechten naar de achtergrond verschoven. De focus lag vooral op interne organisatorische veranderingen en financiële aanpassingen in het hoger onderwijs. “Door de invoering van de bachelor-masterstructuur en de toenemende nadruk op onderzoek in het hbo vanaf 1998, is het goed mogelijk dat professionals minder bekend zijn met internationale verdragen.”
Bovendien werden drie opleidingen in de jaren ’90 samengebracht in één opleiding, wat ook de nodige onrust met zich meebracht. “Van oudsher omvatte het sociaal domein vier afzonderlijke opleidingen: Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD), Culturele Maatschappelijke Vorming (CMV), Sociale Pedagogische Hulpverlening (SPH) en Pedagogiek. Deze laatste opleiding bestaat overigens nog wel als zodanig bij enkele hogescholen. Maar ook dit heeft mogelijk bijgedragen aan een gebrek aan aandacht voor juridische en mensenrechtenaspecten. Sinds 2018 sinds is er één overkoepelende opleiding Social Work. Die ontwikkeling wordt als positief gezien vanuit het perspectief van de mensenrechten en de professionalisering van het beroep gezien de aansluiting op het internationaal erkende beroep van de social worker (IFSW).”
Veranker mensenrechten in het brede sociaal domein
Mensenrechten moeten een serieuze plek krijgen in het sociaal domein, zowel bij gemeentelijke aanbestedingen als in het onderwijscurriculum. Pas dan kunnen internationale verdragen van grote waarde zijn bij het oplossen van complexe problemen, zegt Peter. “Wat betreft het onderwijs: recht zou een afzonderlijk vak moeten zijn. Nu leiden we sociaal werkers op zonder dat ze voldoende kennis hebben van de juridische wereld. Het argument is vaak dat de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening er is, maar dit vind ik niet juist. Als het gaat om mensenrechten en juridische aspecten, is het belangrijk dat een sociaal werker bekend is met beide werelden. Als zij begrijpen wat internationale verdragen en hun relatie naar de concrete praktijk inhouden, kunnen ze met meer zelfvertrouwen handelen, zelfs wanneer de nationale wetgeving minder duidelijk is.”
Op hun beurt zouden gemeenten mensenrechten, inclusief verwijzingen naar internationale verdragen, expliciet mee mogen nemen in hun aanbestedingen. “Doe dit niet als een controlemaatregel, maar vanuit het besef dat jullie dagelijks bezig zijn met het realiseren van mensenrechten en zo je legitimering naar de burger. Op die manier wordt het vaak ingewikkelde juridische aspect van internationale mensenrechten begrijpelijk en krijgt het een context. Mensenrechten kunnen helpen om je bewust te worden van de noodzaak om mensen tot hun recht te laten komen, elke dag weer.”
Samen streven naar menselijke waardigheid
Tot slot zouden professionals in het sociaal domein zich nog meer bewust mogen worden van hun beroepsidentiteit en het mandaat dat zij hebben, vindt Peter. “Zij moeten hun eigen vak en rol kennen. Sociaal werkers die vasthouden aan de menselijke waardigheid en van daaruit handelen zijn de ware strijders, ook al weten zij niet alles. Die kracht zie ik ook in PMM. Kunnen we dat gemeenschappelijk besef van mensenrechten niet samen realiseren in het onderwijs en onder professionals?”
Marjan: “Wat mooi dat je dat zegt. Onlangs hebben we een onderzoeker gevraagd hoe we als PMM worden ervaren. Wat vaak terugkomt is dat professionals steun ervaren simpelweg doordat wij er zijn. Ze voelen zich gesteund doordat we vanuit een enorme drive proberen te helpen en onze nek voor hen uitsteken. Dat is waar ik het meest trots op ben, los van de concrete casuïstiek. Het gevoel dat mensen zich sterker voelen, dat is een prachtige bijvangst.”
Peter: “Dat is het zeker! Uiteindelijk draait het niet alleen om het beoordelen van situaties, maar om menselijke waardigheid. Voor een evenwicht tussen voorzieningen en beleid is samenwerking tussen sociaal werkers en de overheid cruciaal. Ik hoop dat dit binnen gemeenten en onderwijsinstellingen wordt opgepakt, zodat er een gezamenlijk besef komt rondom het belang van mensenrechten, ongeacht hoe ingewikkeld sommige situaties ook zijn.”
Peter Dijkstra is hoofddocent sociaal werk aan de Hogeschool Rotterdam met maar liefst 30 jaar ervaring in het onderwijs, zowel binnen als buiten de schoolmuren. Hij heeft zich voornamelijk gericht op het sociaal-culturele domein en heeft een brede opleiding in sociaal werk. Daarnaast heeft hij een achtergrond in filosofie en elektrotechniek.
Een belangrijk aspect van zijn onderwijsaanpak is het integreren van mensenrechten als extra kader naast het reguliere onderwijs. Hij pleit voor een landelijke inspanning om docenten beter te professionaliseren. Hieruit is een manifest geschreven en een werkgroep ontstaan waarin het centraal stellen van mensenrechten in het sociaal werk en onderwijs de kern is. Vanuit de werkgroep is er een netwerk met (inter)nationale partners gecreëerd en is er een internationale onderzoeksgroep gestart bij ESWRA om activiteiten te organiseren die zich richten op het bevorderen van bewustzijn rondom mensenrechten en het begrijpen van wat dit betekent voor het onderwijs. Onlangs is uit deze samenwerking het Vlaams Nederlandse onderwijsboek Sociaal werk als Mensenrechtenberoep – een handelingskader voor de praktijk verschenen.