Multiproblematiek is complex. Meestal zijn er tal van professionals betrokken die vanuit hun eigen specialisme het goede willen doen, en elkaar nodig hebben om tot een doorbraak te komen. Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeenten en sociaal werkers als het gaat om multiproblematiek, welke knelpunten zijn er en wat is nodig om vooruit te komen? Onder begeleiding van Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM) gaan Leonard Geluk, algemeen directeur bij de VNG, en Redouan el Khayari, docent op De Haagse Hogeschool en sociaal werker van het jaar 2022, hierover in gesprek.

Redouan El Khayari en Leonard Geluk

"Multiprobleemsituaties strekken zich bijna altijd uit over meerdere terreinen. Denk aan zorg, huisvesting, wonen en onderwijs. Voor mensen die worstelen met problemen is dat allemaal één geheel, terwijl gemeenten en hulpverleners eerder denken in afzonderlijke pakketjes die ze bij elkaar moeten zien te krijgen,” legt Leonard Geluk uit. Dat merken ook de regievoerders die betrokken zijn bij Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM). Daarom vormt PMM één ingang bij het Rijk, waar professionals met al die ‘losse pakketjes’ terecht kunnen en samen gezocht wordt naar manieren om multiprobleemsituaties te doorbreken.

Leonard: “Een goede samenwerking tussen gemeenten en sociaal werkers is heel belangrijk, maar ook een grote uitdaging. Het lijkt soms een soort markt met gevoelens van wantrouwen naar elkaar. De sleutel is echter: we staan voor hetzelfde doel en moeten het samen doen.”

Ontwikkel een gezamenlijke visie

Als sociaal werker kent Redouan el Khayari de hulpverlening van binnenuit. “Ik ben het zeker eens dat we in de hulp bij multiproblematiek samen moeten optrekken. Tegelijkertijd merk ik dat, ondanks de gedeelde wens om het publieke belang te dienen, betrokken partijen vaak geen gezamenlijke visie ontwikkelen. We hebben te maken met een marktgericht denken in combinatie met een gebrek aan vertrouwen, terwijl we het meer zouden moeten hebben over de waarden die we allemaal belangrijk vinden voor inwoners. Zodat we van daaruit gezamenlijk kunnen handelen.”

Leonard: “Mooi dat je dat zegt. En ik denk dat we daarvoor professionals nodig hebben die zich tot het uiterste inzetten en bereid zijn om de grenzen op te zoeken om mensen verder te helpen. Professionals die datgene doen wat nodig is, in plaats van wat wettelijk precies is vastgelegd. Tegelijkertijd moeten gemeenten en hulpverleners wel realistische verwachtingen hebben. Ik merk nogal eens een maakbaarheiddenken: er zijn twintig professionals betrokken bij een casus, dus het komt wel goed. Maar dat is niet het geval. Hoge ambitie mag, maar we moeten ook accepteren dat het leven soms zo ingewikkeld is dat er niet direct een oplossing is waarmee alle problemen verdwijnen.”

Redouan: “Soms gaat het ook wel goed. Ik kom in gemeenten waar ambtenaren en sociaal werkers regelmatig bij elkaar zitten om zich volledig op de inhoud te richten: hoe staat het met beleid x en y en wat zijn de gevolgen daarvan voor de inwoners? Zij verzamelen op basis van onderling vertrouwen data en signalen om nieuw beleid te ontwikkelen. Dat zijn inderdaad professionals die durf hebben en kunnen omgaan met politieke druk. Professionals die accepteren dat er fouten gemaakt worden. Daar moeten gemeenten en sociaal werkers dan ook duidelijke afspraken over maken, anders werkt het niet.”

Bied ruimte voor maatwerk en creativiteit

De meeste sociaal werkers zijn op de hoogte van zaken als bijstandswetgeving, onderwijs, Wmo, jeugdzorg, wettelijke kaders. Maar ze mogen ook ruimte zoeken en krijgen om flexibel te zijn in hun hulpverlening, vindt Leonard. “Als je je als professional alleen laat leiden door kaders, dan sluit je bepaalde wegen uit. We moeten niet te krampachtig vasthouden aan verplichtingen vanuit wetten en regels, maar ruimte bieden en krijgen om te doen wat nodig is voor mensen die kampen met multiproblematiek.”

Doen wat nodig is. Het zijn bekende woorden binnen het veld. Redouan: “We moeten inderdaad werken vanuit de maatwerkgedachte. Als voorop staat dat we proberen te doen wat nodig is voor mensen zelf, komt dat zowel de creativiteit als de samenwerking tussen gemeenten en sociaal werkers ten goede. Als professionals ruimte en autonomie ervaren, dan stimuleert dat om op zoek te gaan naar nieuwe manieren om met problemen om te gaan. Dichtgetimmerde kaders zijn niet de oplossing. Stimuleer elkaar, vertrouw elkaar en geef elkaar ruimte om te zoeken naar een duurzaam antwoord op ingewikkelde vraagstukken.”

Bepaal samen over de inzet van middelen

Om het goede te doen, is het belangrijk dat professionals in het sociaal domein voldoende ruimte voelen. Soms zit daar een bepaalde spanning, omdat zij op verschillende manieren afhankelijk zijn van gemeenten. “Gemeenten zijn aansprakelijk voor de zorg aan inwoners; deze verantwoordelijkheid moeten ze zo goed mogelijk invullen. Voor iedere publieke instelling geldt dat iemand financiert. Maar er is wel een balans nodig in die financiering en het vertrouwen. Daarover moeten gemeenten en sociaal werkers samen sparren en zoeken naar balans en een basis van vertrouwen,” aldus Leonard.

Redouan: “Ik vind dat er in het huidige bestuursmodel nog wel verbeteringen nodig zijn als het gaat om decentralisatie van het zorgstelsel. Ik zie nog steeds een hele traditionele vorm van publiek bestuur, waarbij veel nadruk ligt op de verhoudingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Terwijl je wat mij betreft beter kunt samenwerken op basis van co-creatie. In sommige gemeenten gebeurt dat al. Daar wordt gekeken naar wat het beste is voor de burger en naar het ideale scenario. Aan de ene kant hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor grote vraagstukken, en hebben zij daarvoor middelen tot hun beschikking. Maar er zou gezamenlijk bepaald moeten worden hoe deze het beste in te zetten. Deze gesprekken mogen vaker gevoerd worden.”

Blijf ontwikkelen en groeien

Leonard: "Momenteel is er veel discussie over of er wel voldoende geld is en wat goede kwaliteit van interventies en zorg inhoudt. Er is een risico aan de inkoopkant en te weinig aandacht voor de inhoudelijke kant. Vooral de samenhang in de hulp aan mensen die met meerdere problemen kampen, krijgt te weinig aandacht. Wel zie ik een verschuiving: hoe meer rust er komt op het financiële en wetgevingsdomein, des te meer kwetsbare mensen zekerheid krijgen om het hoofd boven water te houden. Dit is een positieve ontwikkeling. Maar, hoe beschikbaar geld zo efficiënt mogelijk kan worden ingezet en verantwoord kan worden, is een ander verhaal. Ik hoop dat we kunnen komen tot een soort gezamenlijk commitment, waarbij we ons afvragen: wanneer gaat het nou echt goed? We moeten als gemeenten ons best blijven doen en sociaal werkers moeten zich inhoudelijk blijven ontwikkelen en groeien."

Bij die ontwikkeling kan het Platform Sociaal Domein van de VNG een rol spelen. Dit platform ondersteunt gemeenten bij ontwikkelingen binnen het brede sociale domein, zoals zorg en welzijn, jeugdhulp en participatie, vanuit de gedachte dat kwetsbare inwoners behoefte hebben aan een overheid die voor hen zorgt. Niet door wetten en systemen centraal te stellen, maar zich te richten op wat inwoners nodig hebben om zo zelfstandig en goed mogelijk te kunnen functioneren. 

Houd oog voor de mensen voor wie we het doen

Leonard: “We hebben het vaak over systemen, maar we moeten niet vergeten dat het uiteindelijk om mensen gaat. Door de publieke dienstverlening te verbeteren, kunnen we hen een beter perspectief bieden. Ik heb het gevoel dat we na tien jaar discussie over jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aan het begin staan van een broodnodige omwenteling. Hierin kunnen vooral gemeenten en sociaal werkers een leidende rol spelen. Veranderingen kosten tijd, en de komende jaren moeten we ons inzetten om de best mogelijke regelingen te treffen voor de mensen die het nodig hebben. Dus: denken vanuit de uitvoering naar het beleid, in plaats van andersom. Als gemeenten dragen we een grote verantwoordelijkheid en dat kunnen we ook, maar op sommige vlakken hebben we dit nog niet voldoende waargemaakt. Het zou geweldig zijn als we de juiste manieren vinden om deze veranderingen van onderaf te organiseren en als VNG, samen met alle deskundigen en hulpverleners, in de juiste richting te sturen.”

Redouan: “Zeker. Uiteindelijk zijn we er samen voor de inwoners. Het is cruciaal om lokaal zeer toegankelijk en responsief te zijn, en actief te reageren op de signalen die we van elkaar oppikken. Op landelijk niveau mogen we initiatieven zoals het Platform Sociaal Domein, de stuurgroep VNG en de landelijke hulpstructuur van PMM, met onder andere instrumenten als het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek en het Landelijke Escalatie Team, veel meer uitdragen. Hiermee laten we zien: beste inwoners van Nederland, als gemeenten en sociaal werkers zijn we hard aan het werk voor jullie. Ook al is dit misschien niet meteen zichtbaar in straat, wijk en buurt, weet dat er mensen zijn die zich bezighouden met alle ingewikkelde vraagstukken die er spelen.”