Door: Redouan El Khayari, Sociaal Werker van het Jaar 2022

Een terugkerend onderwerp in mijn gesprekken met sociaal werkers is de complexiteit die zij ervaren als gevolg van constante beleidsveranderingen. Sociaal werkers missen daarbij ook een heldere visie en missie in hun werk (Jansen et al., 2021). In de meest extreme situaties ervaren sommige collega’s zelfs een gebrek aan ruimte om maatwerk te leveren in urgente situaties, wat het vertrouwen van burgers aantast.

Dit brengt mij bij de mogelijkheid om een beroep te doen op het Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens (PMM). Een programma met meerdere instrumenten, dat professionals juist helpt om in de meest urgente situaties snel tot een oplossing te komen.

Dit landelijke programma is echter bij veel sociaal werkers nog onbekend. Die onbekendheid van PMM maakt duidelijk dat de gewenste ontkokering in het publieke domein nog steeds onvoldoende is gerealiseerd. Helaas worden burgers en professionals regelmatig geconfronteerd met zorgelijke situaties, waarbij een gebrek aan kennis van de mogelijkheden zoals PMM die biedt aan de orde is. Zo kreeg ik onlangs de vraag van collega’s: wat doe je als sociaal werker wanneer je een kind en zijn verzorgers moet mededelen dat de jeugdhulp tijdelijk stopt, omdat twee gemeenten nog onderzoeken wie de zorg gaat financieren? En de vraag: wat doe je wanneer je in een acute situatie moet handelen, maar je eigen organisatie niet meewerkt, omdat de prestatieafspraken het gevraagde handelen niet dekken? Het eerste wat ik dacht – met de wijsheid van nu – is om een beroep te doen op één van de PMM-instrumenten, zoals de maatwerkfunctionaris. Toen ik deze collega’s over PMM informeerde, gaven zij unaniem aan dat probleemescalatie bij hun cliënten voorkomen had kunnen worden, als zij op de hoogte waren geweest van de mogelijkheden zoals PMM die biedt.

‘Met PMM zet de overheid in op het vervullen van de behoefte aan de menselijke maat.’

Het nog te onbekende programma bevat meerdere instrumenten die oplossingen bieden, voor situaties waar ik sociaal werkers in hoor vastlopen. PMM biedt namelijk een houvast om de gelaagde discontinuïteit in het sociaal domein tegen te gaan, waar volgens vele vakgenoten de kern van het probleem ligt. Doordat er geregeld veranderingen optreden in beleid, wet- en regelgeving zijn organisaties genoopt tot constante beleidsinhoudelijke aanpassingen, wat organisatorische onrust met zich meebrengt. En die onrust sijpelt door naar het werk van de uitvoerende professionals, terwijl burgers juist behoefte hebben aan een bekende sociaal werker om een duurzame werkrelatie mee aan te gaan. Niemand zit er namelijk op te wachten om zichzelf telkens opnieuw bloot te geven en privéomstandigheden te delen. Ook onder sociaal werkers is er behoefte aan continuïteit. Professionals willen – aangezien het om mensen gaat – ervan uit kunnen gaan dat zij terecht kunnen bij de overheid, ongeacht welke transitie of transformatie er plaatsvindt. PMM biedt kansen om deze continue voorziening te zijn.

Met het opzetten van PMM zet de overheid in op het vervullen van de behoefte aan de menselijke maat. Wie op de site van PMM terechtkomt, ziet dat hier mensen en niet systemen centraal staan. Dit uitgangspunt komt ook terug in de inhoud en het instrumentarium van het programma, omdat PMM juist in samenwerking oplossingen zoekt, wanneer sociaal werkers vastlopen in de regels. Hiermee is PMM gericht op een veelgehoorde behoefte aan continuïteit, wanneer er uitzichtloze situaties van discontinuïteit dreigen op te komen. Dus wanneer overheden met de beste bedoelingen nieuw beleid creëren, is een overheidsprogramma als PMM essentieel, omdat het houvast en vertrouwen biedt in de meest urgente en complexe situaties.

Op de dag dat ik werd verkozen tot Ambassadeur van het Sociaal Werk, haalde Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Maarten van Ooijen een belangrijke opgave aan: het vergroten van het vertrouwen tussen overheden, sociale professionals en burgers. Het is een opgave die geregeld naar voren komt in het publieke en wetenschappelijke debat over sociaal werk. Zonder al te naïef te zijn, weet ik dat een programma als PMM niet meteen de oplossing is voor deze complexe opgave. Toch werken 6 ministeries, 14 landelijke uitvoeringsorganisaties en 50 gemeenten samen in dit programma, en hebben ze zich er aan gecommitteerd. Dit commitment betekent ook erkenning van sociaal werkers en burgers, door in het uiterste geval altijd een oplossing te willen zoeken wanneer zij vastlopen. Naast de al aangesloten organisaties en gemeenten kunnen in de praktijk alle Nederlandse gemeenten kosteloos een complexe casus, waarmee zij in hun maag zitten, indienen bij het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek van PMM.

Met het vermogen om in te spelen op de vertrouwensrelatie en de samenwerking in het sociaal domein heeft PMM haar positie verstevigd. Zeker nu we in de jeugdzorg het normaliseren en preventie willen bevorderen, dient PMM bekender te worden onder sociaal werkers. PMM kan namelijk voor geruststelling zorgen, door houvast en zekerheid uit te stralen. Houvast en zekerheid, doordat het programma laat zien dat onbedoelde effecten als gevolg van beleidswijzigingen wellicht niet geheel uit te sluiten zijn, maar dat het oplossend vermogen van sociaal werk wel herkend en erkend wordt. Als sociaal werker heeft PMM om deze reden mijn steun, en zal ik deze steun uitdragen in de vorm van het bevorderen van de bekendheid van PMM in het sociaal domein.

Het verhaal maakt onderdeel uit van de bundel ‘Professionele slagkracht, de beste verhalen van PMM'. In deze bundel staat een aantal inspirerende voorbeelden over het toepassen en de uitdagingen van maatwerk. Ze laten ook zien dat we het eerder oplossen van multiproblematiek echt samen moeten doen: met ministeries, landelijke uitvoerders en gemeentelijke professionals.