Steeds meer gemeenten sluiten zich aan bij het Programma Maatwerk Probleemhuishoudens (PMM). Dat is goed nieuws, want: hoe groter ons netwerk, hoe beter we samen kunnen werken aan het doorbreken of oplossen van multiprobleemsituaties. Graag delen we ervaringen van gemeenten die zich hebben aangesloten bij PMM. Deze keer spreken we met Hugo de Haan en Sarah Timmer, beiden werkzaam bij de gemeente Zaanstad.

Als Adviseurs Uitvoering zijn Hugo de Haan en Sarah Timmer nauw betrokken bij wat er allemaal in de gemeente gebeurt. “We hebben veel contact met de wijk- en jeugdteams, adviseren ketenpartners zoals GGD en Jeugdzorg als ze vastlopen in een casus, maar we staan ook dicht bij het bestuur en adviseren over zaken in de stad die escaleren, een politieke lading hebben en mediagevoelig zijn,” legt Sarah uit.

Hugo: “Ook vertalen we dat wat gebeurt in de stad en wat de uitvoering meemaakt naar beleid. We zijn daarin echt een schakel binnen de verschillende afdelingen van de gemeente. We begrijpen dat er regels zijn, maar leggen ook uit dat we samen kunnen kijken naar mogelijkheden om een situatie te doorbreken.”

Wanneer zijn jullie gestart met PMM?

Sarah: “Wij horen bij de eerste lichting gemeenten die zich aansloten bij PMM. Ook waren we de eerste gemeente waarvan een casus in het Landelijk Escalatie Team (LET) behandeld is. Daarna is het overigens nooit meer zover gekomen. Maatwerk heeft een belangrijke plek binnen onze gemeente; we haken graag aan bij initiatieven die zich daarop richten. We zijn bijvoorbeeld ook aangesloten bij de City Deal Eenvoudig Maatwerk.”

Kunnen jullie iets vertellen over maatwerk binnen jullie gemeente?

Sarah: “Er is bij ons heel veel ruimte voor maatwerk. Als wij zeggen dat iets nodig is dan krijgen we – in afstemming met bestuur en betrokkenen – de ruimte om dat daadwerkelijk zo uit te voeren. Dat is een fijne positie, ik heb bijna nooit het idee dat iets niet kan. Natuurlijk moeten we wel met een goede onderbouwing komen, een plaatje ‘zo is het, dit zijn de scenario’s, als we dit niet doen dan gebeurt er dit of dit…’. Verder merk ik dat steeds meer afdelingen zich committeren aan maatwerk. Wel denk ik dat we niet kunnen verwachten dat iedereen op een afdeling maatwerk kan uitvoeren. Vaak is het ook een gevoel – ‘hier moet iets anders dan anders gebeuren’ – en dat is niet voor iedereen weggelegd. Dat is ook niet erg.”

Hugo: “De maatwerkgedachte staat voorop, als gemeente dragen wij dat uit. En als iets gewoon via de reguliere weg kan dan moeten we het niet moeilijker maken dan het is. Het merendeel van de dingen gaat gewoon goed. En zo niet, dan is het goed dat je op elke afdeling een paar mensen hebt die dat ‘onderbuikgevoel’ voelen.”

Sarah: “Daarbij moet de uitvoering wel durven zeggen dat ze vastlopen. Soms zie je nog weleens dat iets door personeelstekort of drukte blijft liggen. Maar wij als adviseurs denken graag mee: waarin loop je vast, wat is jouw idee over wat er moet gebeuren? Gezamenlijk kom je dan tot een idee wat wel kan of een maatwerkoplossing.”

Waarom doen jullie mee aan PMM?

Hugo: “Voor ons zit de meerwaarde onder andere in het landelijke netwerk en de connecties met ministeries. Dankzij het Landelijk Maatwerkregister kunnen we gemakkelijk met maatwerkfunctionarissen van andere gemeenten in contact komen om ervaringen te delen. Dan merk je al snel dat je als gemeente niet de enige bent die met bepaalde casuïstiek worstelt. Maar ook kom je sneller in contact met de juiste personen bij landelijke uitvoeringsorganisaties zoals rijksoverheidsdiensten, het UWV, de Belastingdienst en de SVB.”

Sarah: “Als je via het netwerk van PMM iemand aan de lijn hebt dan weet je dat je met een gelijkgestemde spreekt. Je wordt niet meteen afgewezen, krijgt niet bij voorbaat al de boodschap dat iets niet kan. Als maatwerkfunctionarissen zijn wij dagelijks bezig met omdenken in plaats van in denken in onmogelijkheden. Degene aan de andere kant van de lijn snapt dat en denkt mee. Dat vind ik heel fijn.”

Wat is jullie ervaring met het programma van PMM?

Sarah: “Het is heel laagdrempelig, je kunt altijd contact opnemen met het Landelijk Maatwerkloket. Wij hadden in de beginperiode zelfs op een vast terugkerend moment contact met de regievoerders om casussen door te nemen, maar nu PMM groter is geworden en wij zelf veel ruimte ervaren om maatwerk toe te passen, doen we dat niet meer. Wel weten we dat we altijd kunnen bellen als er iets speelt of als we denken dat PMM wat kan betekenen. PMM is voor ons nu dus wat meer op de achtergrond aanwezig.”

Wat levert deelname aan PMM jullie op?

Hugo: “Voorop staat het netwerk, dat je dankzij het Landelijk Maatwerkregister in contact kunt komen met contactpersonen bij landelijke uitvoeringsorganisaties en andere maatwerkfunctionarissen. Bij die laatste kun je ook terecht voor collegiaal advies. Als zij dezelfde ervaringen hebben bij bepaalde casuïstiek dan kunnen we in gezamenlijkheid kijken of we dingen kunnen oplossen. Of we vragen of PMM bepaalde thema’s of trends herkent bij andere gemeenten. Het doet soms goed om te weten dat we niet de enige gemeente zijn die ergens tegenaan loopt, dat problematiek niet alleen hier speelt. Je hoeft het niet allemaal zelf uit te vinden. Daarnaast is PMM ook een manier om bepaalde thema’s aan te kaarten bij de ministeries.”

Sarah: “Het is ook fijn dat we de dingen die we doorkrijgen via bijvoorbeeld onze wijkteams, kunnen doorgeven aan contactpersonen bij de ministeries. Ook al kan er niet altijd meteen iets gedaan worden en is iets een zaak van de lange adem, wel kunnen we aan de collega’s die een punt inbrengen laten weten dat er op de achtergrond iets gaande is. Zonder PMM heb je die lijn niet, dan blijven professionals maar gissen en dat kan frustreren.”

Leeft PMM onder professionals?

Sarah: “Ja, de maatwerkgedachte leeft zeker. Wel denk ik dat wij PMM meer zouden kunnen uitdragen. Tegelijkertijd zijn de collega’s in de wijk- en jeugdteams vaak zo druk bezig met casuïstiek, dat het goed is dat wij de tussenschakel zijn als ze vastlopen. Zij weten ons te vinden en wij hebben PMM in ons hoofd zitten en kunnen makkelijk schakelen; daarin kunnen we de wijk- en jeugdteams ook ontzorgen.”

Hugo: “Daarbij is het prettig aan onze functie dat we niet gekaderd zijn door wetten en uitvoering. Als maatwerkfunctionaris voer je bijvoorbeeld geen schulddienstverlening. Wij denken altijd heel groot en breed. Natuurlijk zijn afdelingen wel gebonden aan regels, maar wij zijn in de positie daar het gesprek over aan te gaan. We snappen de regel, maar zeggen ook: ‘Stel dat ‘ie er niet was, laten we de inwoner eens centraal stellen. We hebben het over deze persoon met dit pakket aan problemen, hoe kunnen we ervoor zorgen dat hij of zij hulp krijgt zodat de problemen opgelost worden én de gemeente niet langer blijft aanmodderen in een casus?’”

Sarah: “We zijn zelf niet heel intensief bij de inwoner in een multiprobleemsituatie betrokken, daardoor kunnen we overstijgend kijken hoe we kunnen helpen. Dat is ook de kern van onze functie: we moeten er juist boven hangen, dan kunnen we scherper kijken.”

Kun je een ervaring met een casus noemen - of de inzet van instrumenten?

Hugo: “We hebben een keer een casus gehad met de IND, waarbij een illegale onverzekerde vrouw te maken had met huiselijk geweld. Zij had zorg nodig, maar moest tegelijkertijd het land verlaten. Ook waren er kinderen in het spel, tot hoe ver reikt die zorg dan? Dan is het fijn om advies in te winnen van het Landelijk Maatwerkloket en andere sparringpartners te hebben dan alleen collega’s binnen de casus.”

Sarah: “Ja, het is goed dat er meegekeken kan worden bij het maken van dat soort keuzes. Casuïstiek met illegale mensen kan echt heel lastig zijn. Soms zijn hulpverleners al zo ver meegegaan in de hulp voor een gezin, zijn er al zoveel zaken ingezet en daarmee verwachtingen gewekt. Maar als de realiteit heel feitelijk is: ze hebben geen status en gaan deze ook niet krijgen, dan is nee ook een antwoord.”

Waarom zouden andere gemeenten zich ook moeten aansluiten bij PMM?

Hugo: “Het is heel handig om toegang te hebben tot een netwerk van maatwerkfunctionarissen bij andere gemeenten. Ook de korte lijnen met de ministeries en het onder de aandacht kunnen brengen van bepaalde thema’s zijn een meerwaarde. Hoe meer gemeenten zich aansluiten, hoe meer we met gelijkgestemden op een open manier casussen kunnen bespreken. En de mensen die bij PMM werken dragen echt uit dat ze enthousiast zijn en casuïstiek naar een volgend level willen tillen. Dat vind ik heel positief.”