Wetten en regels kunnen mensen onbedoeld ernstig in de knel brengen. Het Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens (PMM) heeft onderzocht of een overkoepelende ‘afwijkingsbevoegdheid’ in een aparte wet kan worden opgenomen en van toepassing te verklaren op een selectie van wetten. Dit met het doel om professionals in het sociaal domein meer mogelijkheid te bieden om de situatie van multiprobleemhuishoudens te verbeteren. Onlangs is besloten om het PMM-wetgevingstraject te beëindigen en samen door te pakken op andere lopende initiatieven met eveneens het doel om de slagkracht van professionals verbeteren.
Sinds begin 2019 heeft een interdepartementale werkgroep (BZK, JenV, OCW, SZW en VWS) gewerkt aan wetgeving die de (lokale) professional meer mogelijkheden moet bieden om de situatie van multiprobleemhuishoudens te verbeteren. Een belangrijk instrument in het wetsvoorstel was een algemene afwijkingsbevoegdheid. Veel wetten hebben namelijk wel een eigen uitzonderingsmogelijkheid, maar bij ingewikkelde casuïstiek blijft het in de praktijk lastig om maatwerk te legitimeren. Met een algemene afwijkingsbevoegdheid hebben bestuursorganen de mogelijkheid om bij (dreigende) multiproblematiek, waarbij geen oplossing gevonden wordt via de reguliere weg, af te wijken van wet- en regelgeving die zij uitvoeren.
Nieuwe beleidsinitiatieven
In de periode na 2019 is er veel te doen geweest over de uitvoering van wet- en regelgeving. Steeds meer overheidsinstanties, uitvoeringsdiensten en gemeenten delen de analyse dat er te weinig ruimte wordt geboden voor maatwerk in individuele gevallen, er onvoldoende oog is voor de ‘menselijke maat’ en de werking van wetgeving soms meedogenloos uitpakt. Met name na publicatie van het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en de reactie hierop van het kabinet, leidden tot beleidsinitiatieven voor het aanpassen van wet- en regelgeving.
Zo werd naar aanleiding van een motie van Kamerleden Ploumen en Jetten per departement een inventarisatie gemaakt van terreinen waarop wetgeving hardvochtig uitpakt voor mensen en deze waar nodig en indien mogelijk aan te passen. Ook is besloten tot het aanpassen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit zodat uitvoeringsorganen meer maatwerk kunnen bieden met als doel de positie van burgers te verbeteren. In dit traject wordt onder andere gekeken naar een bredere werking van het evenredigheidsbeginsel; de eventuele nadelige gevolgen van een besluit moeten in verhouding staan tot het doel van het besluit.
Dubbel werk voorkomen
Bovengenoemde ontwikkelingen laten zien dat aandacht voor multiproblematiek nodig is en blijft. Tegelijkertijd blijkt ook dat de wettelijke afwijkingsbevoegdheid gedeeltelijk samenvalt met andere lopende beleidsinitiatieven. Om dubbel werk te voorkomen is besloten door te pakken op een andere route. De departementen willen zich nu vooral richten op het aanpassen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en trajecten waarin hardheden in sectorale wetten worden opgespoord en waar mogelijk weggenomen door wetswijziging. Dit betekent dat de uitwerking van de afwijkingsbevoegdheid, en daarmee ook van het wetsvoorstel PMM, is stilgelegd. Wel is afgesproken om de opgedane kennis en inzichten, zoals onder andere de bevindingen uit interviews die in dit licht met gemeenten zijn gehouden, te benutten in de genoemde trajecten.
Toelichting op wetsvoorstel afwijkingsbevoegdheid
Het PMM-conceptwetsvoorstel bestond uit drie onderdelen: een afwijkingsbevoegdheid, een afstemmingsbepaling en een time out bevoegdheid.
-
Afwijkingsbevoegdheid: een wettelijke afwijkingsbevoegdheid moest het voor landelijke uitvoeringsorganisaties en gemeenten mogelijk maken om in het geval van (dreigende) multiprobleemsituaties waar nodig af te wijken van wet- en regelgeving die zij uitvoeren.
-
Afstemmingsbepaling: regelt de gegevensdeling die nodig is voor de inzet van de afwijkingsbevoegdheid.
-
Time-out bevoegdheid: een bevoegdheid voor gemeenten om vorderingen van landelijke uitvoerders tijdelijk stop te zetten om in complexe situaties aan een oplossing te kunnen werken.
Bovengenoemde time-out bevoegdheid werd al eerder uit het wetsvoorstel geschrapt omdat er bestaande alternatieven voorhanden zijn: de time-out in de al bestaande vorm is onderdeel van het gemeentelijk schuldhulptraject waarbij alle schuldeisers bij de start van de hulp incassomaatregelen op stabilisatie, schuldenpauze of moratorium opschorten. Ook is de time-out onderdeel van de convenanten die gemeenten hebben gesloten met de belangrijkste schuldeisers en grote overheidsschuldeisers: Belastingdienst, CJIB, DUO, CAK, UWV en SVB. Daarnaast kan een zaak voor de rechter worden gebracht (smal en breed moratorium) als de schuldeiser niet mee wil werken. Het breed moratorium wordt geëvalueerd. Naar verwachting is dit aanleiding om deze regelgeving te verbeteren.