Elke gemeente krijgt ermee te maken. Inwoners of gezinnen die volledig verstrikt raken in de regels van verschillende instanties. Bij schrijnende situaties waarvoor geen lokale oplossing mogelijk is, kan het Landelijk Escalatie Team (LET) voor een doorbraak zorgen. Onafhankelijk voorzitter Peter Hennephof: “Niemand zit in het beklaagdenbankje, we lossen het samen op.”
Het LET is een van de zes concrete instrumenten van het Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens (PMM). Bedoeld voor professionals, om mensen in de knel beter en sneller te kunnen helpen. Lijkt er geen oplossing meer mogelijk én is er een landelijke uitvoeringsinstantie bij betrokken, dan kan de gemeente de casus voorleggen aan het LET.
Helden
In een eerder interview noemde PMM-programmaleider Marjan Jellema het Maatwerkloket en het LET het ‘kloppend hart’ van de aanpak, omdat hier concreet aan oplossingen voor de inwoners gewerkt wordt. Peter Hennephof: “De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het aantal casussen dat bij ons terechtkomt, relatief beperkt is. Tegelijkertijd tekent dat de inzet van velen en de wil om er samen uit te komen. Bij het Maatwerkloket waar met grote betrokkenheid samengewerkt wordt. En in het bijzonder de hulpverleners in de frontlinie, die inwoners bijstaan en niet loslaten voor het opgelost is. Dat zijn de echte helden, hoor.”
Niemand heeft echt ongelijk
“Soms komt het zover dat een professional zegt ‘dit kan niet waar zijn’. Dan moeten we elkaar als betrokken overheidsinstanties, rijk en andere overheden, diep in de ogen kijken en samen rond de tafel. Naast de professional die de casus inbrengt, zijn dat bestuurders met mandaat om à la minute tot een doorbraak te komen. Niemand zit in het beklaagdenbankje en we schuiven de hete aardappel niet door. De kern is de bereidheid om je open te stellen, durven zeggen ‘ik weet het ook niet meer’. Al bij het uitwisselen van de feiten blijkt vaak: niemand heeft echt ongelijk. De betrokken uitvoeringsinstantie weet zelf ook dat het niet de bedoeling is wat er gebeurt, maar is ook gebonden aan de regels. Een overheidsorganisatie kan en mag de wet niet overtreden. Soms blijkt dat er iets in het beleid moet veranderen – uiteraard nádat de casus is opgelost. Een afgevaardigde van het departement kan beslissen dat er een uitzondering op de regels wordt gemaakt.” Dan volgt de tweede taak van het LET: samen met de instantie, bijvoorbeeld DUO, SVB of de Belastingdienst, de beslissing beargumenteren. “Niemand is er happig op om de discretionaire bevoegdheid in te zetten. Om alle schijn van willekeur of vriendjespolitiek te voorkomen, moet het besluit goed uit te leggen zijn. En ook die uitleg moet je met elkaar toetsen. Bovendien checken we als LET na verloop van tijd of het inderdaad is afgelopen zoals we het bespraken; the proof of the pudding is in the eating.“
Gezond verstand
“Maar”, benadrukt Peter, “laten we niet vergeten dat het in veruit de meeste gevallen wel goed gaat. We hebben in Nederland een heel mooi stelsel van regelingen om mensen te helpen, daar is goed over nagedacht. De meeste mensen vinden daarin hun weg, regelen hun zaken digitaal en geruisloos. Gaat het dan toch fout, stapelen de problemen zich op en raken mensen tussen wal en schip, dan zie ik dat als de lakmoesproef voor de overheid. Krijgen we het dan ook opgelost? De samenloop van omstandigheden is soms ondenkbaar. Zoals iemand die voorbeeldig inburgert, een studie afrondt, maar per ongeluk de inburgeringstermijn overschrijdt en diep in de schulden raakt. Met alle gezondheids- en sociale gevolgen van dien. Uitzonderlijke situaties zullen er altijd zijn, je kunt niet alles voorkomen. In die gevallen moeten gezond verstand en ‘de bedoeling’ zegevieren.“
Tot het randje
“Werken volgens de bedoeling, we hebben het er veel over, maar het gaat verder dan dat. Waar het om draait: wat zijn de consequenties als alles blijft zoals het is, als je niet ingrijpt? Nog los van de menselijke kant, jezelf de vraag stellen: is het slim wat we doen? Of is het penny wise, pound foolish?”
Peter noemt een voorbeeld uit zijn tijd als Hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen. “De functie van detentie is deels genoegdoening, dus na de straf kun je zeggen: ‘hier is je tas en daar is de deur’. Maar je weet van tevoren dat het zo niet werkt. Uit onderzoek blijkt dat mensen binnen 72 uur opnieuw de fout ingaan als ze geen werk, huisvesting en papieren hebben, gezondheidsproblemen of een verslaving. Dan moet je van tevoren nuchter en slim nadenken wat wél helpt. Alle partijen bij elkaar brengen, zorgen dat je met elkaar die puzzel oplost, verantwoordelijkheid nemen en waar nodig tot het randje gaan. Krijg je dat voor elkaar, ja, dan heb je wel een wauw-moment.”